De afgelopen 10 jaar groeide ons canuleteam van een thesisproject uit tot een vaste waarde binnen en buiten Vitaz. Die opgebouwde expertise deelt onder meer adjunct-hoofdverpleegkundige Elly Heyns tijdens ons eerste interactieve canulecongres. Bij Intensieve Zorgen (IZ) staat zij aan het hoofd van het canuleteam. Omdat we niet meer kunnen wachten tot 25 april, maken we alvast kennis.
Aan de basis van het canuleteam ligt een project dat Elly Heyns startte in 2010. “Als kersvers adjunct-hoofdverpleegkundige moest ik een kaderopleiding volgen. Een kwaliteitsproject opzetten, hoorde daarbij. Ik koos ervoor om me te focussen op de patiënten met een tracheacanule.” Een tracheacanule is een buisje dat via de hals in de luchtpijp wordt ingebracht. Het helpt patiënten om gemakkelijker te ademen.
“Weken- tot maandenlang verzorgden wij hen. Daarna herstelden ze met de tracheacanule verder op de verblijfsafdeling die hun hoofdprobleem behandelde. Dat is nu nog altijd zo. Toen waren er frequent heropnames bij Intensieve Zorgen, omwille van complicaties. De verpleegkundigen hadden bijvoorbeeld niet de juiste kennis en materialen, waardoor de patiënt achteruitging.”
“Wij vonden het zo jammer dat de patiënten terug en vaak in een slechtere conditie bij ons belandden. We besloten om te onderzoeken hoe we dat konden vermijden. Dat was een heel mooi traject. Het canuleteam vloeide daar stilaan uit voort.” Intussen is het uitgegroeid tot een team met 5 medewerkers: Stephanie, Liselot, Glenn, Tina en Elly. Binnenkort start nog een extra consulent tracheazorg.
"Dat hier een canuleteam bestaat, werd specifiek benoemd
als een heel mooi pluspunt."
1. Het eerste Vlaamse canuleteam
“Officieel zijn we er in 2015 mee gestart. Toen waren we het eerste Vlaamse ziekenhuis met een canuleteam. Tot dan werden 10,7% van de patiënten heropgenomen. Eerst hebben we vooral ingezet op materialen uniformiseren en ervoor zorgen dat ze overal beschikbaar waren. Na verloop van tijd is ons team uitgebreid zodat we de patiënten mee konden opvolgen. Daardoor zagen we steeds minder patiënten verslechteren. Van 2016 tot 2018 werd nog maar 1,45% van de patiënten opnieuw opgenomen. Nadien zijn er geen heropnames meer geweest.”
“Nog altijd blijven we zoeken naar hoe we onze canulepatiënten de beste zorgen kunnen geven. Onze inspanningen worden ook erkend. Het canuleteam kreeg een eervolle vermelding in de NIAZ-accreditatie van IZ. Dat het hier bestaat, werd specifiek benoemd als een zeer mooi pluspunt. Daar wil ik graag alle betrokken partijen voor bedanken.”
2. Opleiding en coaching voor alle betrokken partijen
Om de tracheacanulezorg te optimaliseren, zet het team sterk in op opleiding en coaching. “We werken met zeer veel verschillende partijen samen. Onze patiënten belanden immers op verschillende afdelingen, waaronder Oncologie, Neurochirurgie, Neus-keel-oor (NKO) en Revalidatie. En soms duurt het even voordat er opnieuw een canulepatiënt ligt. Voor de verpleegkundigen is het dan moeilijker om canulezorg in de vingers te krijgen en te houden. Daarom willen we zoveel mogelijk verpleegkundigen dezelfde opleiding geven. Zo hebben we dit jaar al 250 collega’s bereikt.”
“Ons team staat voor het coachende, dus wij nemen geen zorgen over. Als de patiënt naar de verblijfsafdeling vertrekt, geven we wel een bundel mee waarin de praktische uitleg staat. Bij elke patiënt met een opgeblazen ballon (cuff) voorzien wij bevochtiging op de tracheacanule. Die bevochtigingstoestellen lenen we uit aan de afdelingen, waarmee we telkens de instellingen bespreken."
"Aan het bed van de patiënt leg ik zowel voor hem als de verpleegkundigen uit hoe ze de verzorging best aanpakken. Samen overlopen we elke stap. We laten de verpleegkundigen oefenen en corrigeren indien nodig. Nadien volgen we verder op hoe het loopt.”
"Zelfzorg is voor ons de sleutel waardoor
onze patiënten nadien sneller naar huis kunnen."
“Wij staan dicht bij de patiënt, de partner en de familie. Als het kan, proberen we hen al voor de opname te spreken. Zo kunnen de patiënten mondeling vragen stellen, want na de ingreep gaat dat tijdelijk niet meer of moeilijk. We leggen dan uit wat een tracheacanule is. Stap voor stap overlopen we wat er gaat gebeuren. We moedigen zelfzorg aan, want dat is voor ons de sleutel waardoor ze nadien sneller naar huis kunnen. Een aantal zaken moeten ze zelf kunnen, ook al komt er thuiszorg langs. Het gebeurt immers niet zelden dat de thuisverpleegkundige net is vertrokken, de patiënt een paar keer hoest en de binnencanule al terug vuil is.”
“We coachen ook de thuiszorg en woonzorgcentra. Als een patiënt kiest voor een organisatie die we nog niet kennen, vragen we de verpleegkundigen om naar het ziekenhuis te komen. Dan doen we de verzorging van die patiënt de eerste keer samen. Tegelijk zorgen we ervoor dat ze alle materialen hebben voordat de patiënt vertrekt. Thuiszorgteams kunnen trouwens nog meer leren over canulezorg in de permanente vorming waar wij deel van uitmaken.”
3. Panel met artsen uit verschillende disciplines
Uit de drang om te blijven verbeteren, zijn verschillende nevenprojecten ontstaan. Het ‘artsenpanel’ is daar één van. “We zijn gestart met een aantal artsen van verschillende relevante disciplines te betrekken. Uiteraard is er een intensivist bij, maar ook iemand van Mond-kaak- en aangezichtsheelkunde, NKO, een longspecialist, een oncoloog en een revalidatiearts.
Bij elk overleg laten we hen brainstormen over één onderwerp. Daaruit is al voortgevloeid dat Vitaz heeft gekozen om niet standaard met een gefenestreerde canule te werken. Na een uitgebreide proefperiode hebben we samen voor één standaardcanule gekozen. Dat is veel duidelijker voor de verpleegkundigen. Voordien hadden we immers drie soorten op voorraad en die werken allemaal anders.”
4. Unieke samenwerking met externe apotheek
Een ander mooi verbetertraject is de samenwerking met een lokale apotheek. “Na het vertrek van de patiënt hoorden we vroeger weleens dat hij de nodige materialen niet vond. Sommige apotheken geven aan dat ze het niet kunnen verkrijgen. Andere verkopen enkel dozen met honderd stuks, terwijl patiënten soms maar de helft nodig hebben. Daarom werken we nu samen met een apotheek. Onze patiënten kunnen de materialen die wij hier gebruiken daar nu per stuk aankopen.”
“Via die apotheek verhuren wij ook cuffdrukmeters. Dat zijn pompjes om de ballon op te blazen. Als patiënten dat thuis nodig hebben, geef ik ze mee en starten we de huur op. Ze betalen daar een kleine dagprijs voor. Zo hoeven ze het niet te kopen, want die meters kosten toch al gauw 275 euro. De meeste patiënten gebruiken ze maar enkele weken. Als ze het toch langer nodig hebben, is de meter van hen zodra ze de aankoopprijs bereiken.”
“Doordat onze patiënten nu de juiste materialen ter beschikking hebben, kan ook de verzorging thuis gebeuren in de best mogelijke omstandigheden. We zien dat mensen die elke maand opnieuw werden opgenomen omwille van problemen, nu maandenlang tot een jaar thuis zijn voordat ze nog eens terugkomen.”
5. Comfortabeler levenseinde voor palliatieve patiënten
“Patiënten met een tracheacanule opnemen bij Palliatieve Zorgen, was vroeger niet mogelijk. Nu kan dat wel. Het is zelfs zeer snel geregeld. We kunnen de patiënt er met airvo-toestellen extra zuurstof toedienen en de luchtvochtigheid beter regelen zodat ze toch een comfortabel levenseinde hebben. Om dat allemaal goed te doen, hebben we onze collega’s daar een specifieke opleiding gegeven. Zo kunnen ze tot op het einde voor dat extra beetje comfort zorgen.
Dezelfde therapie kan je ook met een neusbril geven. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij Pneumologie. Omdat dit specifieke instellingen vereist, vragen ze me daar soms bij hun palliatieve patiënten zonder tracheacanule. Met deze therapie zorgen we ervoor dat de patiënt toch nog naar huis kan. Zo kunnen ze nog comfortabel thuis of in het woonzorgcentrum afscheid nemen in familiekring. Anders zou die patiënt nog dagen, weken, maanden in het ziekenhuis liggen.”
6. Een voorbeeld voor andere ziekenhuizen
De experten van het canuleteam zijn ook buiten Vitaz graag gezien. “Toen UZ Gent besloot om ermee te starten, zijn zij bij ons komen vragen om onze procedures te delen. Ze wilden weten hoe wij het hebben aangepakt. En zij niet alleen. Ik word regelmatig gecontacteerd door de vele ziekenhuizen die een canuleteam willen opstarten, van Terneuzen tot Turnhout.”
Elly Heyns wordt tegenwoordig veel gevraagd als spreker. “Ik ben al een paar keer gaan spreken tijdens de minisymposia en het jaarcongres van de Vlaamse Vereniging voor Intensieve Zorgen Verpleegkundigen. De firma Atos, waarbij we onze tracheacanules bestellen, heeft me onlangs nog gevraagd om in Eindhoven de werking en opstart van een canuleteam toe te lichten.”
Benieuwd naar de expertise van Elly Heyns en het canuleteam? Kom langs tijdens het interactief canulecongres op 25 april in Odisee Sint-Niklaas. Bekijk alle info en schrijf je in.