COVID heeft de voorbije twee jaar ons ziekenhuis volledig op zijn kop gezet. Onze medewerkers en artsen hebben in die tijd enorme inzet, flexibiliteit, veerkracht en moed getoond om de samenleving mee overeind te houden. Wij blikken dankbaar terug op deze markante periode door een paar van hun verhalen te delen. Vandaag: Pneumologen dr. Yvan Valcke en dr. Jonas Yserbyt, en verpleegkundige Sofie Bombeke getuigen.
dr. Yvan Valcke
“Ons team van acht longartsen heeft alles wat niet-intensieve COVID was, zelf opgevolgd. Dat waren heel zware zaalrondes, waarbij we gelukkig geholpen werden door arts-assistenten. Voor je een kamer binnengaat, moet je dat ‘duikpak’ aantrekken en de bescherming aandoen, dat maakt het fysiek heel belastend. Om nog niet te spreken van de ethische dimensie: wanneer ga je een patiënt toegang geven tot een beademingstoestel? Wanneer moet een patiënt naar Intensieve Zorgen? Moet je een niet-invasieve beademing doen? Dat was pittig.
Dat lijkt mij ook het belangrijkste om mee te nemen uit die periode, de lessen die we eruit kunnen leren. Nationaal was er geen plan, niet in de ziekenhuizen en al zeker niet in de woonzorgcentra, waar dan ook veel doden zijn gevallen. Er was amper beschermingsmateriaal voor het zorgpersoneel en in veel woonzorgcentra was geen zuurstof. Dat kan niet. Er moet veel meer geld en energie gestoken worden in infectiepreventie en in infectiemanagement. En in België moet er een beter uniform beleid zijn, waarbij één persoon de knopen doorhakt in zo’n situatie.”
dr. Jonas Yserbyt
“In de piekmomenten waren vooral de verwijzingen naar Intensieve Zorgen (Inzo) moeilijk. In een normale situatie laat je een patiënt naar Inzo gaan als die medisch in de problemen komt en de zorg op de afdeling ontoereikend is. Maar, op bepaalde momenten was er onvoldoende plaats en dan moet je gaan beslissen: is dit een patiënt die naar Inzo kan en mag? Heeft die daar een plaats? Is dat medisch zinvol? Moeten we naar een ander ziekenhuis transfereren of kunnen we nog afwachten? Dat is natuurlijk een medische beslissing, maar ook een ethisch en breed maatschappelijk vraagstuk. Zo’n beslissingen had ik tot nu toe nog niet aan deze frequentie moeten maken. Ik hoop dat dat in de toekomst ook zo weinig mogelijk zal voorvallen.
De grootste uitdaging was volgens mij het logistieke aspect, zowel in de COVID-zorg als in de niet-COVID-zorg. Medisch heb ik nooit gedacht: dit kunnen we niet aan. Ik stel het mij soms zo voor: een militair die in de oorlog komt, is perfect getraind. Die heeft misschien nog geen oorlog meegemaakt, maar kent de protocollen wel uit het hoofd en kan deze blindelings toepassen. Wij moesten in maart 2020 onze protocollen nog gaan aanpassen, maar eens we die onder de knie hadden, stelde je vast dat de COVID-zorg wel vlotter begon te lopen.”
Sofie Bombeke
“Wij waren de eerste verblijfsafdeling die COVID-patiënten opnam. De pneumologische pathologie was heel anders dan wat we normaal zien: mensen kwamen binnen met een extreem lage saturatie en zij voelden dat zelfs niet. In de eerste golf kwamen vooral oudere mensen binnen en moesten we een leeftijdsgrens trekken: 85-plussers brachten we niet meer naar Intensieve Zorgen voor verdere behandeling. Dat is echt een moeilijke periode geweest. In de tweede en derde golf werden de patiënten steeds jonger en moesten ze soms naar andere ziekenhuizen worden overgebracht ten gevolge van het spreidingsplan, dat was ook enorm confronterend. Als mensen kwamen te overlijden, ging dat helemaal anders dan we gewend waren. Er was vooral in het begin geen nazorg, geen afscheidsmoment met de familie. De mensen moesten in een lijkzak naar het mortuarium gebracht worden. Dat maakte het moeilijk om zo’n overlijden te plaatsen.
Meerdere collega’s raakten zelf besmet. Op een gegeven moment waren vijf mensen tegelijkertijd uit, waaronder ook onze hoofdverpleegkundige Guy Wilssens. Die is heel lang afwezig geweest, wat ook een impact had op ons team. Je draagt dat mee, als je ziet dat je collega’s zo ziek worden. Ik doe vooral administratief werk, dus ik was een centraal aanspreekpunt voor de collega’s. Je biedt graag een luisterend oor, maar staat er niet echt bij stil welke impact dat op jou heeft. Er zijn meerdere collega’s gecrasht in die periode. Ik ben zelf anderhalve maand thuis geweest, omdat het echt te veel werd voor mij.
"Ook voor de verblijfsafdelingen die de reguliere zorg op zich namen, was het ongetwijfeld een intense periode."
We zijn wel altijd goed omringd geweest door Geert Dewyspelaere en zijn team van de afdeling Pneumo-oncologie. We kregen ook veel hulp van andere diensten en mensen die ons kwamen helpen, zoals de collega’s van Geriatrie Beveren, onder leiding van Vanessa Van Osselaer. Zij hebben ons enorm geholpen. Ze hadden wel de pech dat er in één van hun eerste weken bij ons op de afdeling echt een vreselijke dag was. Dat was een vrijdag eind oktober en alles wat kon mislopen, liep ook mis. We hadden heel veel overlijdens en veel mensen die naar Intensieve Zorgen getransfereerd werden. Dat team moest in het midden van al die chaos opgeleid worden.
Ook voor de andere verblijfsafdelingen, die de reguliere zorg op zich namen, was het ongetwijfeld een intense periode. Onze pneumologische patiënten lagen verspreid over andere afdelingen, dus dat moest opgevangen worden door collega’s die daar minder ervaring mee hadden, dat kan niet makkelijk geweest zijn. We merken ook dat COVID impact gehad heeft in die zin dat mensen soms te lang gewacht hebben om naar het ziekenhuis te komen. Dat zien wij zeker bij onze pneumo-oncologische patiënten, er zijn beelden waar je echt van schrikt. Mensen die heel lang met een tumor hebben rondgelopen zonder in te grijpen omdat ze zo bang waren om naar het ziekenhuis te komen. In die zin blijven we de effecten van COVID voelen.”