In de rubriek ‘Vroeger & nu’ bladeren we door onze rijke geschiedenis. Deze keer spoelen we terug naar de jaren ’80 op de Kinderafdeling van het toenmalige AZ Maria Middelares. In die tijd verzorgde verpleegkundige Cécile onder andere patiënt Bruno. Vrijwel meteen hadden ze een bijzondere band. En die is er na al die jaren nog altijd.
“In 1980 ben ik als verpleegkundige gestart op de Kinderafdeling. Toen de mama van Bruno een foto van ons nam, was ik hier een jaar aan het werk”, zegt Cécile. “Ik was toen 30 jaar. Op de foto zie je dat ik nog een hoofdkapje draag. En een dun kleedje. Dat was toen zo. Gelukkig zijn we daar even later vanaf gestapt, want die kleedjes waren zo dun dat we er iets onderaan moesten dragen.”
“Ik was toen 9 jaar oud. Ik was opgenomen voor een ingreep”, herinnert Bruno zich. Ondertussen is de jongen een man van 53 geworden. “Van mijn verblijf in het ziekenhuis kan ik mij nog weinig herinneren. Misschien was ik nog te jong. Ik herinner mij vooral de speelzaal.”
Verpleegkundige houvast
Op de foto van vroeger zie je dat jullie hecht zijn. Hoe komt het dat jullie zo’n goede band hebben gekregen?
Cécile: “Ik denk dat het een gevolg was van de manier waarop we in die tijd werkten op de Kinderafdeling. Vroeger gaven de ouders hun kinderen eigenlijk af aan het ziekenhuis. Ze moesten er maar op vertrouwen dat wij wel goed voor hen zouden zorgen. Ze mochten enkel eens aan het raam komen kijken. Ze konden dus bijvoorbeeld niet blijven slapen. De kinderen lagen alleen. De verpleegkundigen waren hun houvast.
Wij deden de medicatie en de verzorging. Wij zorgden ervoor dat ze zich op hun gemak voelden. Wij streelden al eens over hun hoofdje en gingen eens extra kijken. We deden een babbeltje meer. Of we speelden weleens een spelletje als we daar tijd voor hadden. Wij hadden kamers waar we bijna constant mee bezig waren. Die constante zorg, zorgde voor een speciale band.”
Bruno: “Dat kan wel kloppen, ja. Ik herinner mij nog dat ik na mijn ingreep wakker werd. Het eerste dat ik zei was: ‘Cécileke. Ik moet Cécileke hebben.’” (lacht)
Cécile: “Zijn moeder was daar even van op haar teen getrapt. Ze zei duidelijk geïrriteerd: ‘Dan zit ik hier naast zijn bed, doet hij zijn ogen open en naar wie vraagt hij? Naar Cécile!’ (lacht) Zijn ouders waren me wel heel dankbaar hoor.”
Thuis verzorgen
“Die band met de patiënten vind ik trouwens nog altijd een van de mooiste dingen aan verpleegkundige zijn. Ik heb nog geen dag spijt gehad dat ik dat destijds ben gaan studeren. Ik heb het met zoveel plezier gedaan dat ik spijt had dat ik op pensioen ben gegaan.
Al zijn er altijd patiënten waar het heel goed mee klikt en patiënten waarmee je die klik minder voelt. Toch behandelen we iedereen hetzelfde. Zo zijn we opgeleid. Tegelijk leren we al tijdens de opleiding dat het ook niet te familiair mag worden.”
"In die tijd was de thuiszorg nog niet zoals nu.
Er was amper thuisverpleging."
Na de opname zijn jullie contact blijven houden. Waarom?
Cécile: “In mijn beginjaren ging ik soms de kinderen nadien nog thuis verzorgen. Dat waren kinderen die in de buurt woonden. Als ze op de sukkel waren, kwam bijvoorbeeld de bomma aanbellen: ‘Kunde gij komen voor onze Wesley?’ En dan wist ik hoe laat het was.
In die tijd was de thuiszorg nog niet zoals nu. Er was amper thuisverpleging. Zij wisten soms ook niet hoe ze met bepaalde dingen bij kinderen moesten omgaan. Zij vroegen dan om er een verpleegkundige van de Kinderafdeling bij te roepen. Ook Bruno had specifieke zorg nodig, dus ben ik hem gaan helpen.”
Vader en zoon
Hebben jullie elkaar nog teruggezien op de Kinderafdeling?
Cécile: “De laatste keer was niet lang voordat ik op pensioen ging. Dat was in 2016. Toen waren we al met de Kinderafdeling verhuisd naar de overkant van de straat, waar ze vandaag zit. Ik herinner me dat je zoontje kort is opgenomen geweest. Hij was nog een baby.”
Bruno: “Dat kan wel kloppen, ja. Al weet ik er niet veel meer van.”
Als je zowel vader als zoon hebt verzorgd, kan ik me voorstellen dat het voelt alsof de cirkel rond is. In al die jaren heb je de kindzorg ongetwijfeld sterk zien evolueren. Vandaag worden de ouders bijvoorbeeld zoveel mogelijk betrokken. Hoe heb jij die transitie ervaren, Cécile?
Cécile: “Vanaf het moment dat de ouders konden blijven slapen, heb ik het zien veranderen. Als ze blijven slapen en mee helpen dan kan je de verzorging vergelijken met co-ouderschap. We doen allebei een stuk en werken samen naar hetzelfde toe.”
Heb jij nog oude beelden van ons ziekenhuis die wij mogen delen? Laad ze hier op.
Lees meer:
- Vroeger & nu: archiefbeelden en verhalen gezocht
- Muurschilderingen op Kinderafdeling in de jaren ’80
- Spoed in de jaren ’90: “Medisch materiaal zat in plastieken curverboxen op de achterbank”
- Vroeger & nu: 18 jaar Kinder- en Jeugdpsychiatrie Tilia
- Kinderen met slaapproblemen? Verpleegkundige Sindy geeft tips
- PROSA-verpleegkundige Sofie stelt angstige kinderen gerust