Nu ze terug zijn van hun Memisa-inleefreis naar ons partnerziekenhuis in Congo delen collega’s Klaas De Beer en Els Van Duyse hun indrukken. Hoe ziet het Vitaz van Bominenge eruit? Wij belichten de opvallendste verschillen, gelijkenissen én wat wij misschien nog van de Congolezen kunnen leren.
In Congo zien de zorgnoden er heel anders uit dan bij ons. Vergrijzing is er bijvoorbeeld geen probleem, want bijna de helft van de bevolking is jonger dan 15 jaar. Amper 4% mag zichzelf zestigplusser noemen. “Geriatrische problemen hebben we weinig gezien”, zegt Klaas, hoofd van de Centrale Sterilisatie Afdeling. “In het hele ziekenhuis zijn er trouwens minder dan vijftig bedden. En dat voor een regio die qua grootte groter is dan die van ons.” Ter vergelijking: bij Vitaz hebben we 971 erkende bedden.
Binnen de zorg ligt de focus sterk op moeder en kind. Per vrouw worden er gemiddeld 6,6 kinderen geboren. “Toch hebben we in ons partnerziekenhuis geen enkele bevalling gezien in vier dagen tijd. Dat vind ik wel frappant, zeker aangezien het een regio met 200 000 inwoners is. Bevallingen gebeuren er dus wel vaker thuis of in een van de 13 gezondheidscentra in de regio rondom het ziekenhuis. Door allerlei praktische problemen zoals de grote afstand en financiële problemen geraken de mensen niet tot bij het ziekenhuis.”
Spoedkeizersnede
Tijdens hun bezoek aan een ziekenhuis in Kinshasa waren Els en Klaas getuige van een bevalling die mis dreigde te lopen. “Het ging om een bedreigende geboortesituatie waarbij een dringende keizersnede nodig was. De vroedvrouw en ik hoorden geen hartslag bij de baby. We hadden enkel de buis van Pinard om naar de harttonen te luisteren, dus geen beeldvorming of elektronische apparaten. Op hetzelfde moment keken de vroedvrouw en ik elkaar aan en schudden we met ons hoofd”, vertelt Els. “Ik voelde daar exact dezelfde rilling als wanneer het hier niet goed gaat met een baby. De spoedkeizersnede ging uiteindelijk toch door en de pasgeborene werd gereanimeerd. De dag nadien stelden moeder en kind het goed. Dat getuigt van hun kracht en goed teamwork, vind ik.”
Wat telkens weer opvalt, is hoe hecht de ouders zijn met hun kinderen. “Kinderbedjes zijn er amper nodig, want na de geboorte liggen de baby’s constant bij de mama”, vertelt Klaas. Dat is ook op de kinderafdeling het geval. “Daar heb je geen spijlenbedjes”, weet Els. “Ik zag er veel kleine kinderen op schoot zitten bij mama of papa. Het viel me op dat ze veel minder angstig waren. De hele tijd dat wij er waren, hebben we de kinderen amper horen huilen. Noch op de materniteit, noch op de pediatrie.” Daar kunnen we misschien nog wat van opsteken. “Het viel me ook op dat ze veel meer geduld hebben. Als de borstvoeding bij ons niet meteen lukt, is het alle hens aan dek. Daar hapte ook een baby niet goed naar de borst, maar ze gaven het tijd en de dag nadien was het toch in orde.”
Geen facilitair departement
Als een geliefde in het ziekenhuis ligt, blijven zijn familieleden bij hem. Zij overnachten op een matje naast het bed of zelfs buiten. Elke nacht opnieuw. “De familie brengt zelf een groot laken mee dat op het bed van de patiënt wordt gelegd. Buiten koken ze alle maaltijden op een houtvuurtje. Een keuken of facilitaire diensten zijn er niet”, vertelt Els. De enige medewerker die zich met voedsel bezighoudt, is de nutritieverpleegkundige. Zij maakt papjes met supplementen voor de zwaarst ondervoede kinderen.
Verpleegkundigen, zorgkundigen en artsen worden er nog flexibeler ingezet dan bij ons. “De directeur-hoofdarts en de nursingdirecteur opereerden samen een dubbele liesbreuk. Dat zijn de Philip Nieberding en Henk Cuvelier van daar”, lacht Klaas. Dat zullen we hier allicht niet snel zien gebeuren.
“Het is over het algemeen heel capabel personeel. Al werken ze met zeer beperkte middelen. Ze kunnen hun patiënten niet in slaap brengen zoals wij dat hier doen. De anesthesie beperkt zich tot Ketalar en Diazepam toedienen via een infuus”, weet Els. Beide werken spierontspannend en verdovend. “Met als gevolg dat de man die geopereerd werd aan zijn liesbreuk niet bepaald pijnvrij was tijdens de ingreep”, herinnert Klaas zich levendig.
Wondnaden verzorgen
Na de ingrepen, zijn vooral infecties een probleem. “De nazorg van mama’s die een keizersnede hebben gehad, was voor mij ook een eyeopener. Ze moeten focussen op het hoogstnodige, de verzorging van de wondnaad. Het viel mij direct op dat de mama’s heel vaak ontstoken wondnaden hebben. Alle mama's kregen daar een breed spectrum antibiotica”, zegt Els. Een cultuur nemen en onderzoeken in het labo is immers onmogelijk.
Dat er zoveel infecties zijn, is niet onlogisch. “De man die in Bominenge het onderhoud van de zaal deed, zagen we javel over de tafel gieten. Hij was een soort logistiek assistent en reinigde ook de instrumenten. Omdat de operatiezaal geen aspiratietoestel heeft, gebruiken ze bij ingrepen bijvoorbeeld versleten washandjes om het bloed te deppen. Die worden mee gesteriliseerd”, aldus Klaas.
Goed voorzien
Al is het verschil tussen het platteland en de hoofdstad soms groot. “Het ziekenhuis Saint-Joseph in Kinsasha heeft wel een sterilisatiedienst met enkele toestellen. Dat is een universitair ziekenhuis. Daar pakken ze al het instrumentarium in met katoenen doeken. De sterilisiatieafdeling heeft er een grote linnendienst.” Bij Vitaz gebruikten we vroeger ook linnen, maar zijn we enkele decennia geleden al overgestapt naar wegwerpmateriaal.
Ondanks dat er nog uitdagingen liggen, is het zeker niet allemaal kommer en kwel. Zo zijn Els en Klaas onder de indruk van de hele nauwgezette patiëntendossiers die zeer vergelijkbaar zijn met de onze, al staan ze enkel op papier. De ziekenhuisapotheek is heel gestructureerd en ordelijk, al is niet alle medicatie voorhanden. Van vaccins, antibiotica en malariatabletten zijn ze wel zeer goed voorzien. Tot slot is de educatie voor kersverse moeders van een hoog niveau. “Ze organiseren sessies in groep, waarbij de moeders samen ervaringen uitwisselen en elkaar helpen. Dat was mooi om te zien”, glimlacht Els.
Wil je meer foto's van deze mooie reis bekijken? Volg ons op Facebook of op Instagram.
Eerder verschenen: Klaas en Els klaar voor Congo!