25 jaar geleden startte ons ziekenhuis als een van de eerste met een klinisch nutritieteam. Dat focust op patiënten die amper of niet normaal kunnen eten, en daarom voeding krijgen via een sonde of katheter. Nutritieverpleegkundige Kurt Boeykens was erbij van in het begin. Door de jaren heen groeide hij uit tot coördinator én internationaal expert. Hij blikt terug op een indrukwekkend traject.
“We zijn in 2000 gestart op initiatief van dokter Duysburgh. Hij werkte jarenlang als maagdarmspecialist in het UZA, waar hij deel uitmaakte van het eerste Vlaamse nutritieteam. Toen hij bij ons kwam werken, was hij vastberaden om er ook hier mee te starten. Daarom zocht hij een nutritieverpleegkundige”, schetst Kurt. “Op dat moment was ik de hoofdverpleegkundige van Gastro-Enterologie. Ik was toe aan een nieuwe uitdaging.”
“Het was een grote sprong in het onbekende. In de verpleegkundige opleiding zie je immers niets over klinische voeding en metabolisme. Daarom heb ik in het begin veel stagegelopen, onder andere bij de nutritieverpleegkundige van het UZA. Ik ben Europa rondgetrokken om me bij te scholen. Ondertussen heb ik al heel veel Europese landen bezocht voor congressen en cursussen.”
Opvolging in ziekenhuis
Door de jaren heen is het team uitgebreid met nutritieverpleegkundige Evy en consulente diëtiek Eline. Dokter Holvoet is de voorzitter. Kan je wat meer vertellen over wat jullie doen?
Kurt: “Wij zijn gespecialiseerd in het kunstmatig voeden van patiënten. Enerzijds doen we dat via sondes in de neus, in de maag of in de darm. Anderzijds voeden we via katheters in de bloedbaan. Wij doen eigenlijk alles wat daar mee te maken heeft. Dat wil zeggen: de patiënten mee selecteren, nutritiegericht onderzoeken en een voedingsplan opstellen.
Wij doen ook de opvolging van de patiënten. Elke dag gaan we naar de afdelingen om de patiënten te overlopen en adviezen te geven. In de laboresultaten zien wij bijvoorbeeld hoe hun ionen, eiwitten en infectieparameters het doen. Daarnaast bekijken wij onder andere medische en verpleegkundige verslagen, hun gewichtsevolutie, toleranties of intoleranties voor de voeding en maagdarmklachten.
Op basis van al die informatie geven wij de artsen advies over hoe ze de voeding best bijsturen. De verpleegkundigen adviseren wij onder meer over de correcte nazorg van sondes en katheters. Als de patiënten naar een andere afdeling verhuizen dan blijven wij hen opvolgen.”
80-tal patiënten thuis
“Wij werken met heel veel disciplines en teams samen. Daar ben ik heel dankbaar om, dat het zo breed gedragen is en dat we zoveel vertrouwen krijgen. Dat is cruciaal. Wij worden vaak betrokken. Als artsen patiënten met een complexe nutritieproblematiek behandelen, bellen ze ons. Als patiënten palliatief zijn dan worden wij vaak mee betrokken in de ethische discussies over het al dan niet stoppen met voeden.
Extern hebben wij een hele intense samenwerking met de thuiszorg. Buiten alle patiënten die wij in het ziekenhuis zien, zijn er nog een 80-tal die thuis sondevoeding krijgen. Daarnaast zijn er een 25-tal die thuis via de bloedbaan worden gevoed. Die patiënten volgen wij wekelijks op, de patiënten met sondevoeding gemiddeld om de maand. Dat doen we klinisch, telefonisch of via de thuisverpleegkundige. Wij krijgen ook vaak telefoontjes van huisartsen en woonzorgcentra.”
Het nutritieteam staat voor kwaliteitszorg. Om de kwaliteit naar een hoger niveau te tillen, moet je onder meer inzetten op educatie. Dat doen jullie ongetwijfeld ook?
“Wij hebben inderdaad een belangrijke educatieve functie. Wij leren zowel de verpleegkundigen op de afdelingen als in de thuiszorg en de patiënten om sondes of katheters te hanteren en complicaties te herkennen. Een aantal van onze patiënten hebben hier geleerd om het volledig zelfstandig thuis te managen. De afgelopen jaren hebben wij een vorming voor thuisverpleegkundigen georganiseerd. Wij gaan ook naar de scholen. Ik heb al heel vaak lesgegeven aan artsen in opleiding en ervaren artsen. Die bijscholingen zijn heel interactief. Ik krijg vaak zeer goede feedback. Ze bevestigen vaak het gebrek aan kennis rond nutritiepathologie en voedingskundige behandeling in hun opleiding en klinische praktijk.”
"Overal waar ik ga spreken, merk ik dat
mensen onder de indruk zijn."
(Inter)nationaal bekend
Je merkt wel dat het nutritieteam door de jaren heen een zeer sterke reputatie heeft opgebouwd.
“Wij hebben heel veel gedaan, georganiseerd en gepubliceerd. Dat heeft ons inderdaad naamsbekendheid gegeven, zowel in Vlaanderen en België als internationaal. Door die bekendheid heb ik een tijdje in ESPEN gezeten. Dat is de Europese Vereniging voor Enterale en Parenterale Voeding, een van de grootste voedingsverenigingen ter wereld. Zij houden een jaarlijks congres, een Mekka voor voedingsdeskundigen. Ik ben er bijna 20 jaar naartoe geweest. Ik heb er 5 of 6 keer mogen spreken en 4 jaar mee in de organisatie gezeten.
Ons zorgtraject voor kunstmatige voeding is een unicum in België en zelfs ver daarbuiten. Overal waar ik ga spreken, waar ik op congressen onze werking uitleg, merk ik dat mensen onder de indruk zijn. Bijna alle Vlaamse ziekenhuizen die een klinisch voedingsteam wilden oprichten of hun teamwerking wilden verbeteren, zijn bij ons op bezoek geweest.”
Unieke werking
Wauw, indrukwekkend! Wat maakt ons zorgtraject zo bijzonder?
“Onze werking is heel breed. Een complexe nutritieproblematiek gaat ook over veel verschillende dingen. Wij zien mensen met maagdarmaandoeningen, patiënten op intensieve zorgen, een hele grote groep met oncologische aandoeningen, … Naast bepaalde verpleegtechnische handelingen moeten wij dus ook de voedingsrichtlijnen voor die verschillende doelgroepen goed kennen.
Het werkt lang niet overal zo. Ik heb bijvoorbeeld heel veel Nederlandse collega’s die zich maar op enkele aspecten mogen toeleggen. Dat kan gaan om het vervangen van sondes of kijken of er een probleem is met een sonde. Wij zorgen voor het totaalplaatje. Dat is uniek. Net als onze opvolging. Wij volgen de patiënten op doorheen hun hele voedingszorgtraject, van opname, spoedopname, ambulante monitoring of consultatie tot opvolging bij mutatie naar een andere verpleegeenheid, een woonzorgcentrum of thuis. Dat gebeurt niet vaak.
Wat ook zelden voorkomt in Europa, is dat een voedingsverpleegkundige de percutane sondes, dus sondes via de buik, zelf mee plaatst. Dat doen we hoofdzakelijk op het operatiekwartier. Evy of ik doen het chirurgische gedeelte van de plaatsing, de arts het endoscopische deel.”
"Het meeste voldoening haal ik nog altijd
uit het directe patiëntencontact"
Wereldwijde impact
De afgelopen 25 jaar hebben jullie heel wat studies gepubliceerd. Ook dat leidde tot memorabele prestaties.
“Wij hebben inderdaad altijd al onderzoek gedaan. Daarbij zijn we altijd vertrokken vanuit de patiënt en wat we zagen in onze klinische praktijk. Zo wilden we die praktijk verbeteren. Wij hebben bijvoorbeeld een studie gedaan over de neusmaagsonde. Als ik een sonde steek van in de neus tot in de maag dan moet die een bepaalde lengte hebben. Wereldwijd heeft men die afstand altijd op dezelfde manier afgemeten, volgens de NEX-methode. Als een van de eersten hebben wij in een studie aangetoond dat die afmeting niet correct is. Die methode is dus decennialang verkeerd gebruikt, met alle gevolgen van dien.
Ondertussen hebben wij een nieuwe methode gevonden die we CoNEX hebben genoemd. Die vindt nu langzaam zijn weg in heel Europa en daarbuiten. Onze methode is 100% betrouwbaar gebleven. We hebben erover mogen publiceren in zeer gerenommeerde vakbladen, waaronder International Journal of Nursing Studies. Dat is een van de meest gerenommeerde verpleegkundige vakbladen ter wereld.”
Als je terugkijkt op de afgelopen 25 jaar, wat is dan het mooiste dat je hebt gedaan?
“Het mooiste blijft voor mij toch het patiëntencontact hoor. Ik ben nationaal, internationaal lesgever en spreker. Ik heb studies gepubliceerd die ik overal ga uitleggen. Dat is mooi. Dat geeft voldoening. Maar het meeste voldoening haal ik nog altijd uit het directe patiëntencontact. De patiënten die wij zien zijn allemaal zwaar zieke mensen. Bij de meesten een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan hun welzijn, en die dankbaarheid van de patiënten, dat vind ik nog altijd het belangrijkste. Bijvoorbeeld bij bepaalde oncologische patiënten zien we dat hun levenstermijn kwalitatief nog aanzienlijk verlengd kan worden doordat we hen goed of beter voeden. Dat is waarvoor wij het doen.”
Lees meer:
- Historisch project CSA: “Belangrijke stap in uitbouw en professionalisering”
- Canuleteam in 6 straffe feiten: “Primeur in Vlaanderen”
- Marjan helpt mee zorg te optimaliseren met wetenschappelijk onderzoek
- Mieke specialiseerde zich in katheterzorg: “Ik kom echt overal”