Het is belangrijk dat je na de operatie zo weinig mogelijk last heeft van pijn. Patiënten die de eerste dagen na de operatie een goede pijnbehandeling hebben gekregen, herstellen namelijk vaak sneller van de operatie. Hieronder lees je meer over pijnbestrijding na een operatie.
Doel van pijnstilling
Het ondergaan van een operatie is voor de meeste mensen een ingrijpende gebeurtenis. Eén van de meest voorkomende complicaties direct na een operatie is het optreden van pijn. Aanhoudende pijn na een operatie is een belangrijke oorzaak van vertraagd herstel en uitstel van werkhervatting. Goede pijnbestrijding is zeker nodig voor: een sneller herstel, verhoging van comfort, minder stressrespons,
minder complicaties, verkorting van ligduur en vermindering van chronisch pijnsyndroom.
Daarom vragen wij na de operatie hoeveel pijn je hebt en of de pijnstillers die je krijgt goed helpen. Pijn is een ingewikkeld verschijnsel dat moeilijk te meten is. Ieder mens ervaart pijn immers op een andere manier. Je bent de enige die kan vertellen of je pijn hebt en hoe erg die pijn is. Het is ook vaak moeilijk om aan anderen duidelijk te maken hoeveel pijn je hebt. Pijn is moeilijker te bestrijden wanneer je te lang wacht met het nemen van pijnstillers. Je geeft dus best op tijd aan wanneer de pijn verergert.
Methode
De verpleegkundigen van de afdeling zullen je regelmatig vragen of de pijn te verdragen is. Je kunt de mate van pijn aangeven door een cijfer te geven van 0 (geen pijn) tot 10 (onhoudbare pijn). De ernst van de pijn kan ook op een speciale meetlat aangegeven worden (zie afbeelding (68.4 KB) "pdf").
De verpleegkundigen informeren minsten drie keer per dag naar je pijncijfer zodat we inzicht krijgen in de pijn die je na de operatie hebt. Voor veel operaties geldt dat pijn geen belemmering mag zijn om goed te kunnen inademen, hoesten of bewegen.
Het is dan ook belangrijk dat de pijnverpleegkundige, de verpleegkundigen van de afdeling en/of de arts je pijncijfer regelmatig opvraagt.
Belangrijk
Bij pijn hoef je niet te wachten tot de verpleegkundige bij je komt voor de pijnmeting. Als je pijn hebt, kun je dat het beste direct melden en om pijnstilling vragen. Hoe langer je wacht, hoe moeilijker het is om de pijn onder controle te krijgen.
Behandeling
Tijdens en na de operatie krijg je op vaste tijdstippen pijnmedicatie via een infuus. Het geven van deze pijnstillende medicatie op vaste tijdstippen zorgt voor een continu pijnstillend effect en vormt daardoor de basis van de pijnbehandeling. Echter, in veel gevallen is extra pijnstilling na de operatie toch nodig. Daarvoor zijn verschillende methoden beschikbaar.
Bij patiënten die een ingreep op het dagziekenhuis ondergaan worden geen epidurale of intraveneuze pijnpompen toegepast. Zij krijgen, afhankelijk van het type ingreep, orale of intraveneuze pijnstillers, eventueel in combinatie met locoregionale technieken (zie punt 3).
- Epidurale pijnstilling
Epidurale pijnstilling is pijnbestrijding via een katheter in de rug. Voor de operatie plaatst de anesthesist, na plaatselijke verdoving van de aanprikplaats, met behulp van een naald een dunne katheter tussen twee wervels in de rug. Via deze katheter krijg je dan continu pijnstillende medicatie toegediend, ook na de operatie.
Tevens bestaat de mogelijkheid dat je via een drukknop in de hand, zelf een extra dosis kunt toedienen als de pijn opkomt. De pijnpomp wordt zo ingesteld dat er geen gevaar bestaat voor overdosering.
Afhankelijk van de ingreep blijft de katheter een of meerdere dagen ter plaatse. Nevenwerkingen zoals krachtvermindering van de onderste ledematen, jeuk en moeilijk urineren zijn mogelijk. Deze zijn van tijdelijke aard, maar worden best gemeld aan de verpleging.
- Intraveneuze pijnstilling
Voor de operatie wordt een buisje of een katheter (infuus) geplaatst. Dit wordt verbonden met een infuuspomp waarlangs je pijnstillende medicatie krijgt toegediend.
Tevens bestaat ook hier de mogelijkheid, dat je, via een drukknop in de hand, op basis van je pijn zelf een beveiligde extra dosis pijnmedicatie kunt toedienen zonder gevaar voor overdosering.
Nevenwerkingen zoals sufheid en braken zijn mogelijk. Deze zijn van tijdelijke aard en verdwijnen snel, maar worden best gemeld.
Meestal wordt gebruik gemaakt van morfine of een derivaat ervan. De dosis wordt zo laag mogelijk gehouden; net voldoende om maximale pijnstilling te bekomen. Door de lage dosis en de korte duur hoef je niet bang te zijn voor gewenning.
- Locoregionale pijnstilling
Bij deze techniek wordt een fijn naaldje ingebracht in de omgeving van de operatiewonde, daar waar de pijn geleid wordt naar de hersenen.
Afhankelijk van de operatieregio kan dit naaldje in de lies, de oksel, de onderarm, rond het sleutelbeen, in de hals of in de kniekuil geplaatst worden.
Via dit naaldje wordt medicatie ingespoten rond de zenuw die naar het lidmaat loopt. De inspuiting van de medicatie gebeurt zeer gericht met behulp van een echografietoestel en wordt ongeveer een uur voor de ingreep geplaatst door je anesthesist. Na de inspuiting van de medicatie wordt het naaldje verwijderd en zal het lidmaat geleidelijk aan verdoven.
Na de operatie blijft het lidmaat, afhankelijk van het type operatie, gedurende korte of langere tijd verdoofd. Bij sommige operaties wordt gekozen voor een verdoving die meer dan 24 uur werkt. Deze methode laat eveneens een optimale pijnstilling toe met een minimale dosis medicatie.
- Postoperatieve pijnstilling
Ook wanneer je infuus verwijderd mag worden, zal er voor een optimale pijnstilling gezorgd worden.
Vragen?
Heb je nog vragen? Stel die dan gerust aan de anesthesist of de pijnverpleegkundige (tel. 03 760 85 48).