Al opgenomen geweest in het ziekenhuis? Dan leerde je de sociale dienst misschien al kennen naar aanloop van je ontslag. Maar wat doen onze collega’s nog? Sociaal werkers Caroline Van Osselaer en Tom Hillaert praten gepassioneerd over hun veelzijdige job. “Ik heb ooit tijdens een gesprek de nagels van een patiënte gelakt”, blikt Caroline terug.
Ondanks dat ze allebei bij de sociale dienst werken, ziet de natuurlijke habitat van Caroline en Tom er heel anders uit. Caroline is met haar 15 jaar ervaring een ancien. Je ziet haar regelmatig op de afdeling Inwendige 2 van campus Sint-Niklaas Moerland. Tom ontfermt zich intussen 5 jaar over de afdelingen Geriatrie en Heelkunde 5, 6 en 7 van campus Sint-Niklaas Hospitaalstraat (vroeger L. De Meesterstraat).
Elke afdeling heeft een eigen insteek. “Bij geriatrische afdelingen regelen we vaker thuiszorg of opvang in een woonzorgcentrum. Bij afdelingen zoals Pneumologie en Heelkunde organiseren we dan weer dat patiënten verder kunnen herstellen in een goed ondersteunde thuissetting of revalidatiecentrum”, vertelt Caroline. “En bij bijvoorbeeld de kinderafdeling, Materniteit of Psycho-Geriatrie ziet het zorglandschap er nog helemaal anders uit.”
Helikopteroverzicht
Sociaal werk houdt heel veel in. Hoe zouden jullie het omschrijven?
Caroline: “Het is een brugfunctie. Wij vormen de brug tussen de patiënt en zijn familie, de artsen en afdelingen en vaak ook externe organisaties zoals thuiszorg. Daarbij is het belangrijk dat wij heel goed het helikopteroverzicht bewaren en ieders belangen in het achterhoofd houden. Wij houden dus alles in de gaten, van hoe de patiënt zich voelt tot het medische luik en de vragen waarmee de familie zit. Die gaan bijvoorbeeld over de praktische zorgregeling, ziekenfondsmaterie, het financiële aspect, revalidatie, …”
Tom: “Het gebeurt ook dat de arts plots zegt dat het tijd is om te gaan, maar de patiënt of de familie daar nog niet klaar voor is. Zij zitten dan met zoveel vragen over hoe het nu verder moet. Soms moeten ze nog hun weg zoeken in het landschap van de gespecialiseerde hulpverlening. Dan zijn wij er om hen op te vangen en te helpen met het coördineren, organiseren enzoverder.
Op één lijn krijgen
Jullie zijn inderdaad vaak de bemiddelaars, intern en extern. Vertel daar eens wat meer over?
Caroline: “Bij sommige patiënten zijn naast het medische probleem waarvoor zij zijn opgenomen nog factoren van belang. Voor het sociale aspect is het soms nodig om alle neuzen in dezelfde richting te krijgen. Een multidisciplinair overleg kan dan antwoorden bieden. Wij maken immers deel uit van het multidisciplinaire team van onze zorgafdeling.”
Tom: “Ook tussen patiënt en familie moeten we soms bemiddelen. Bij Geriatrie valt het bijvoorbeeld wel vaker voor dat de patiënt nog heel graag naar huis wil, maar de kinderen dit minder haalbaar vinden. Dan bieden wij een luisterend oor en proberen we iedereen op één lijn te krijgen. Als het lukt om een compromis te vinden in het belang van de patiënt dan is mijn job geslaagd.”
Hemelsbreed verschil
Wat zijn nog van die lichtpuntjes in jullie job?
Tom: “Een ziekenhuisopname kan best ingrijpend zijn. In die omstandigheden een ontslag tot in de puntjes kunnen voorbereiden en iedereen daarin mee kunnen krijgen, vind ik telkens prachtig. Ik zal bijvoorbeeld een honderdjarige man bij Geriatrie niet snel vergeten. Hij was zwaar ziek in de covidperiode. Sommigen van zijn generatiegenoten haalden het niet, maar hij genas wel. Ik heb hem samen met het team mogen vertellen dat hij nog naar huis kon gaan. Daar het verschil in maken, ook als sociale dienst, is zo bijzonder… Ik krijg er nog kippenvel van.”
Caroline: “Ik vind het altijd heel mooi om patiënten nog eens tegen te komen als ze weer helemaal zijn opgeknapt. Na al die maanden een hemelsbreed verschil kunnen zien… daar doe je het voor.”
Babbeltje aan bed
Jullie proces start telkens met een bezoekje aan de patiënt, klopt?
Caroline: “We zitten inderdaad vaak langs het bed van de patiënt om een babbeltje te slaan. Dan horen we of wij ergens mee kunnen helpen. Enerzijds stellen we veel vragen aan de patiënt om onder andere de thuissituatie en het cognitieve functioneren goed in te schatten. Anderzijds vinden we het belangrijk om de familie te betrekken. Uiteraard is dat allemaal vrijblijvend.”
Kunnen al onze patiënten een bezoekje van jullie verwachten?
Caroline: “Nee, we gaan niet standaard bij iedereen langs. Patiënten of familieleden mogen ons wel contacteren als ze met vragen zitten. We krijgen ook vragen doorgespeeld van de afdeling. Zelf gaan wij vooral langs bij fragiele patiënten van een zekere leeftijd, die alleenstaand zijn of chronische ziektes hebben.”
Tom: “Op Geriatrie gaan we wel standaard langs bij iedereen die wordt opgenomen. Op andere afdelingen willen we als sociale dienst alle vijfenzeventigplussers die meerdere dagen verblijven een gesprek aanbieden.”
Bedankbrief
Zeker met patiënten die hier een tijdje zijn, bouwen jullie wel een band op. Wie is jullie zoal bijgebleven?
Tom: “Ik heb thuis nog een bedankbrief van drie bladzijden liggen van Raf, een vijftigjarige man die enkele maanden verbleef bij Heelkunde. Hij had geen familie en verveelde zich. Hij vertelde heel zijn levensverhaal en had effectief een heel interessant leven gehad. Raf had ook een grote boekencollectie. Toen ik dat wist, stak ik regelmatig mijn hoofd even binnen om over boeken te praten en wat te filosoferen. Ik vond het belangrijk om daar tijd voor te maken. Hij blijkbaar ook, aan die brief te lezen. Die zal ik altijd blijven koesteren.”
Caroline: “Ik had ooit een hele goede connectie met een patiënte die al een langere tijd in behandeling was voor longkanker. Het was een hele fiere dame. Ik regelde verschillende zaken voor haar, zoals de contacten met de mutualiteit en thuiszorg. Jammer genoeg had ze maar één familielid dat veraf woonde. Haar persoonlijke spullen naar het ziekenhuis brengen, was dus moeilijk. Ik bezocht haar regelmatig om een babbeltje te doen. Op een gegeven moment vertelde ze me dat ze ervan hield om zich op te maken en mooi gelakte nagels te hebben. Tijdens een volgende gesprek heb ik haar nagels gelakt. Dat zal ik nooit vergeten, hoe blij ze daarmee was. Uiteindelijk is ze jammer genoeg overleden.”