Wanneer is een operatie nodig?
Bij de volgende aandoeningen kan een dikke darmoperatie nodig zijn:
- Dikkedarmkanker
- Diverticulose: door drukverhoging zijn er uitstulpingen in het slijmvlies. Deze divertikels (= uitstulpingen) kunnen ontstoken raken, dit heet diverticulitis. De darm kan op den duur vernauwd raken, waardoor een operatie wordt aangeraden.
- Ziekte van Crohn: dit is een chronische ontsteking die kan voorkomen in het hele spijsverteringsstelsel. Hierdoor opereren we liever niet, maar als een deel van de dunne of dikke darm echt niet meer op medicatie reageert, wordt er toch voor gekozen om dat deel weg te halen.
- Colitis ulcerosa: dit is een chronische ontsteking van het slijmvlies van de dikke darm die met zweervorming gepaard gaat. Als de ontsteking niet goed reageert op medicijnen, moet de hele dikke darm verwijderd worden. Meestal wordt een tijdelijk stoma aangelegd. In tweede tijd kan er voor een pouch worden gekozen (de dunne darm wordt op de anus aangesloten).
- Een erfelijke aandoening waarbij een sterk verhoogd risico op familiale dikkedarmkanker bestaat.
Voor de operatie
Thuis kun je al beginnen met de voorbereiding op de operatie.
- Als je rookt, moet je hiermee stoppen. De kans op nabloeding en trombose is veel groter als je rookt.
- Ook is het verstandig meer te bewegen, hiermee verbetert je de conditie van je hart en longen.
- De dag voor de operatie wordt de darm voorbereid. Afhankelijk van het te verwijderen deel gebeurt dit doorgaans met een laxeermiddel of met een lavement. De darm kan niet worden leeggemaakt als er sprake is van een verstopping of als er acuut moet worden geopereerd.
- Soms is voorbereiding niet noodzakelijk. Meestal krijg je voor de operatie al een infuus met vocht omdat je tijdens de operatie veel vocht verliest.
Tijdens de operatie
Afhankelijk van de uit te voeren ingreep is het mogelijk dat je een ruggenprik (epidurale verdoving) krijgt. Er wordt een heel dun slangetje in de rug geplaatst, waardoor effectief pijnstilling wordt gegeven. Hierdoor heb je een minder zware narcose nodig en heb je na de operatie minder pijn. Daarnaast zorgt deze manier van pijnstilling voor minder bijwerkingen dan pijnstilling via het infuus. Je voelt je daardoor beter na de operatie.
De operatie vindt plaats onder volledige verdoving. Na de voorbereidingen word je via het infuus in slaap gebracht en krijg je antibiotica. Het verwijderen van een deel van de dikke darm heet hemicolectomie, het verwijderen van de ganse dikke darm heet totale colectomie. Verder kunnen er ook kleine stukjes uit de dikke darm worden verwijderd. Sommige ingrepen aan de dikke darm kunnen via een kijkoperatie (laparoscopie) worden uitgevoerd. In andere gevallen zal er voor de klassieke ‘open buik’ operatie worden gekozen.
Kijkoperatie
Een kijkoperatie heeft veel voordelen ten opzichte van de ‘open buik’ operatie. Aangezien er geen grote wond is, is de herstelperiode korter. Het kan echter voorkomen dat er tijdens de operatie toch wordt besloten de buik helemaal open te maken. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als er vergroeiingen zijn ontstaan na een eerder buikoperatie.
Als eerste wordt er een sneetje gemaakt in de buikwand waardoor CO2-gas wordt geblazen. Dit gas is onschadelijk en wordt door je lichaam weer uitgescheiden. Het zorgt ervoor dat de buikwand van de interne organen wordt gescheiden, zodat de chirurg voldoende ruimte en zicht heeft om de operatie uit te voeren. De chirurg maakt in totaal 3 tot 6 kleine sneetjes. Hierdoor worden dunne werkkanalen ingebracht. Door deze werkkanalen worden de chirurgische instrumenten geleid. Eerst wordt het stuk darm of de hele dikke darm losgemaakt en vervolgens wordt er een snee gemaakt, waardoor de darm verwijderd kan worden.
Kort na de operatie kun je door het gebruik van CO2-gas een prikkelend gevoel in de schouder hebben. Dit verdwijnt vanzelf weer.
Stoma
Bij sommige darmoperaties wordt een tijdelijk stoma aangelegd. Dit kan echter ook noodzakelijk zijn wanneer postoperatief een naadlekkage ontstaat. Meestal is dit stoma tijdelijk. Uitzonderlijk moet een definitief stoma aangelegd worden. Dit wordt op voorhand besproken door je behandelend chirurg.
Na de operatie
- Als de operatie gedaan is, word je naar de ontwaakkamer (recovery) gebracht. Hier kun je rustig wakker worden en worden vitale functies zoals onder andere je hartslag en bloeddruk in de gaten gehouden. Als je goed wakker bent, ga je naar de verpleegafdeling.
- Meestal mag je snel weer drinken en licht verteerbaar eten. De darmen hebben stil gelegen tijdens de operatie en hebben even de tijd nodig om op gang te komen. Dit kan misselijkheid veroorzaken.
- Bewegen bevordert het herstel. Het is aan te raden zo snel mogelijk het bed uit te komen. Het helpt de darmen op gang te komen en zorgt ervoor dat het bloed goed doorstroomt en helpt daarom tegen trombose (bloedklonter).
- Om trombose te voorkomen, krijg je tijdens je verblijf in het ziekenhuis elke dag een prikje in je been. Soms moet je deze ook thuis nog krijgen.
- Verder is het belangrijk dat je goed op je ademhaling let. Probeer goed door te ademen. Vaak is het lastig, aangezien de buik pijnlijk kan aanvoelen door de operatie. Het is echter wel belangrijk, want zo verklein je de kans enorm om een longembolie (bloedpropje in de bloedvaten van de longen) of longontsteking te ontwikkelen.
- Als je een stoma kreeg, zal er in eerste instantie een doorzichtig zakje op je buik geplakt zijn. Zo kunnen we zien of de stoma goed werkt en of er geen bloedingen zijn. De verpleegkundige zal met jou de zorg rondom de stoma bespreken.
Complicaties
Aan elke operatie zijn risico’s verbonden. De kans is klein, maar de arts zal voor de operatie de complicaties met jou bespreken. Complicaties zorgen altijd voor een langer herstel.
Algemene complicaties na elke operatie zijn:
- Nabloeding
- Infectie of ontsteking
- Longontsteking
- Trombose; er kunnen kleine stolsels in de bloedvaten ontstaan. Op deze plek is de doorbloeding dan verminderd. Ook kunnen ze door het lichaam gaan zwerven en ergens vast komen te zitten, bijvoorbeeld in de longen. Dit heet een longembolie.
Na deze operatie kunnen zich de volgende specifieke complicaties voordoen:
- Vertraagd op gang komen van de darmen: de darm heeft stil gelegen tijdens de operatie en heeft soms langer tijd nodig om weer op gang te komen.
- Beschadiging of perforatie (doorboring) van nabijgelegen organen. Dit kan voorkomen als de chirurg de nabijgelegen organen raakt met zijn instrumenten.
- Naadlekkage (op de plaats waar de darmdelen weer aan elkaar zijn vastgemaakt, kan er door zwakte van het weefsel lekkage ontstaan)
Early recovery after surgery (ERAS)
Bij de meeste van onze darmingrepen wordt inmiddels gewerkt volgens deze methode. Hierbij is het de bedoeling om het herstel van de operatie actief te bevorderen. Er wordt uitgegaan van het principe dat een darm toch nooit helemaal bacterievrij gemaakt kan worden en dat het daarom ook geen zin heeft om van te voren te laxeren. Ook mag er na de operatie snel worden gegeten en gedronken. Zo blijf je goed gevoed en herstel je beter en sneller. Verder moet je al gelijk de eerste dag uit bed. Dit alles zorgt ervoor dat de opnameduur sterk wordt verkort.