Bij ongeveer 10 tot 20% van de borstkankerpatiënten toont het weefselonderzoek van de tumor de aanwezigheid aan van cellen met een overexpressie van het Her2 eiwit ter hoogte van de buitenkant of oppervlakte van de cel. Die eiwitten spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van borstkanker. Door het toevoegen van de antilichamen Herceptin® (Trastuzumab) en indien van toepassing Perjeta® (Pertuzumab) aan chemotherapie worden deze tumoren beter vernietigd. Na een eerste fase van combinatie met chemotherapie worden deze antilichamen in een tweede fase alleen toegediend. Deze antilichamen worden 1 maal om de 3 weken toegediend. Afhankelijk van de resultaten na de operatie is er mogelijk een wijziging in de behandeling.
Bijwerkingen
Omdat het hier om een doelgerichte therapie gaat die de gezonde cellen veel minder aanvalt, zijn de neveneffecten minimaal. Zeldzaam kan hartverzwakking optreden. Jouw arts zal dan ook een regelmatige controle van je hartfunctie voorzien voor, tijdens en na de behandeling. Niettemin kunnen er bij de eerste toediening enkele symptomen optreden zoals bij een griepaal syndroom: koude rillingen, lichte temperatuursverhoging, huiduitslag en spierpijnen. Om deze redenen moet je bij de eerste toediening vier uur langer ter observatie in het oncologisch dagcentrum verblijven.