Schoolweigering, ook wel schoolangst, schooluitval of schoolfobie genoemd, is een complex probleem wat een grote emotionele onrust teweeg brengt.
Deze complexe problematiek heeft een grote impact op de jongere, het gezin, de hulpverlening en de school. De uitdaging zit hem in het elkaar begrijpen, samen zoeken en samen volhouden, vallen en terug opstaan.
Het filmpje ‘school is niet mijn vijand’ wilt je het perspectief geven van een jonge student die worstelt met schoolweigering.
Ondersteunende tool voor schoolteams
In 2017 is er een onderzoek gedaan naar schoolweigering aan HOGENT waaruit het project ‘angst voor de schoolpoort’ is ontstaan. Het doel van dit project is om het fenomeen schoolweigering kenbaar te maken én antwoorden te geven op de vraag welke stappen een school kan nemen samen met de jongeren en het gezin in dergelijke situaties. Als resultaat van dit onderzoek werd een ondersteunende tool voor schoolteams ontwikkeld. Deze tool is gebaseerd op de resultaten van het onderzoek en is opgebouwd volgens de 4 fasen van het zorgcontinuüm. Verdere info over de tool kan je terugvinden op de site: Angst voor de schoolpoort - Hogeschool Gent (hogent.be)
Concrete handvaten bij schoolweigering
HOGENT en psychiatrisch ziekenhuis Karus sloegen de handen in elkaar in hun zoektocht naar concrete handvaten en een ruimer werkmodel voor de aanpak van jongeren die niet meer op school geraken. Hieruit is het boek ‘schoolweigering’ ontstaan. In dit boek belichten de auteurs het fenomeen vanuit verschillende perspectieven. Ze vertrekken hierbij enerzijds vanuit het werkveld en anderzijds vanuit de vakliteratuur.
De top 10 van de tips geven we alvast mee:
- De realiteit bij schoolweigeraars en hun context is soms harder dan we ons kunnen voorstellen. Deze realiteit proberen te begrijpen, los van elk oordeel, is een basispijler in het werken met schoolweigering.
- Blijven zoeken naar de oorzaak van de schoolweigering is niet zinvol wanneer dit het traject van de jongere vertraagt. Ook al is niet alles duidelijk: we moeten verder.
- Wachten tot die ene “gespecialiseerde hulpverlener” beschikbaar is, is contraproductief. De gezinscontext, school en eerstelijns hulpverlener kunnen al heel wat betekenen.
- Een netwerk rond de jongere met een centrale keyworker is een noodzaak in de vaak moeizame weg terug naar school.
- Verbinding tussen alle betrokkenen is cruciaal in elke fase, zowel preventief als curatief.
- Activatie is belangrijk, zowel voor de jongere als voor de andere actoren in het netwerk. Een actieve positie van alle betrokkenen draagt bij tot het opnemen van verantwoordelijkheid en een gevoel van competentie.
- Probeer de mogelijkheden ook steeds te zien, in plaats van enkel de moeilijkheden.
- “Het ijzer smeden als het koud is” geldt bij schoolweigering. Interventies brengen weinig soelaas bij emotionele onrust.
- Het weten staat soms het leren in de weg. Te snel een antwoord klaar hebben, verhindert ons om voldoende voeling te hebben met de jongere en context.
- Hou vol.
Boek: Schoolweigering. Als schoollopen niet meer lukt.
Tweede boek: Schoolweigering?! Aan de slag!
Wat de ouders kunnen betekenen bij schoolweigering:
Wat je als ouder kan doen:
- Geef zorg, erkenning en ondersteuning. Dit is de basis. Jongeren hebben nood aan de erkenning dat ze het moeilijk hebben, ook al weten ze zelf niet wat er precies aan de hand is. Ze willen vaak wel naar school, maar kunnen niet. Spreken en luisteren zijn dan ook zeer belangrijk. Het proberen begrijpen. Niet alle jongeren hebben voldoende taal om duidelijk te maken wat er aan de hand is. Veel jongeren weten niet waarom school niet lukt. Op open vragen zoals ‘Wat loopt er moeilijk op school?’ krijg je vaak het antwoord ‘alles’. Hier kan je niet echt mee aan de slag. Stel gesloten vragen en overloop alle mogelijke facetten die kunnen bijdragen tot het schoollopen.
- Neem contact op met school en wees daarbij transparant (school is niet de vijand).
- Blijf grenzen en verwachtingen stellen. Wanneer je iets verwacht, betekent dit dat je als volwassene gelooft in de jongere. Wanneer je vanuit zorg geen verwachtingen meer stelt, geef je impliciet de boodschap dat je niet gelooft dat de jongere vooruit kan gaan.
- Bevorder autonomie en blijf de jongere stimuleren om actief te zijn.
- Installeer een dagstructuur
- Zoek hulp, ook al zijn er wachtlijsten.
Spreken helpt:
Spreek er zelf over, maak school mentaal aanwezig, op een verteerbare manier.
Vaak is het moeilijk voor schoolweigeraars om stil te staan bij het thema school. Emotionele vermijding is dan een copingstrategie die vaak voorkomt. Het vermijden van de school en de angst die het teweeg brengt. Soms heb je als ouder dan de neiging om mee te gaan vermijden. Maar thuisblijven en het probleem uit de weg gaan is een schijnoplossing. Er komt vervreemding van de realiteit. Wanneer de confrontatie met school dan toch uiteindelijk volgt is de angst soms nog groter en verloopt de behandeling soms nog moeizamer. Het is nodig dat ouders het thema school mentaal aanwezig blijven houden bij hun kind en gezin. Lukt dit niet dan kan er bekeken worden hoe de school/ CLB of andere hulpverleners hierin kunnen ondersteunen.
- Spreek er onderling over als ouderpaar, zoek een gemeenschappelijke aanpak waarin ook verschil mag bestaan. Stel allebei grenzen en verwachtingen, geef allebei erkenning.
- Spreek erover met buitenstaanders (familie en vrienden)
- Geef eventuele broers en zussen erkenning voor de impact van de schoolweigering op hen en het hele gezin.
Op moeilijke momenten:
- Zelfcontrole is belangrijk en daarbij de kalmte bewaren, dwang is nooit zinvol, ga in gesprek als het heetst van het moment gepasseerd is.
- Steun zoeken als ouder is belangrijk.
Wat de school kan betekenen bij schoolweigering:
1. Preventie en vroegdetectie
Inzetten op:
- Schoolbinding
Verbinding tussen de school en jongere voorkomt schoolafwezigheden. Het gaat om de relatie tussen leerling en school. School omvat in dit geval zowel de concrete betrokkenen (leerkrachten, staf) als het instituut op zich. Daarnaast is ook betrokkenheid van ouders, binnen een veilig kader nodig om zo problemen bespreekbaar te maken en de stap naar school sneller te kunnen overbruggen.
- Autoritatief schoolklimaat
Bij schoolweigering is verbinding mogelijk door begrip te tonen (responsief te zijn) voor de moeilijke situatie van de jongere en het gezin. Tegelijk worden verwachtingen gesteld. Het gaat over een klimaat waarbij de zorg varieert in intensiteit. Bij schoolweigering neemt de intensiteit van de waakzame zorg toe. De pedagogische sensitiviteit en responsiviteit zijn basisvoorwaarden om signalen van jongeren op te vangen en zo aan vroegdetectie te doen. Daarnaast heeft het schoolklimaat invloed op de schoolweigering. Een jongere hoort zich veilig en goed te voelen op school om daar ook te kunnen blijven.
- Een accurate registratie
Elke afwezigheid op school is een signaal. Zowel de gewettigde als ongewettigde afwezigheden.
2. De situatie inschatten
- Alert zijn voor signalen
Sensitiviteit en responsiviteit zijn een basisattitude om signalen op te pikken en er ook iets mee te doen en eventueel over te gaan naar fase 1 of fase 2 in het zorgcontinuüm.
Enkele vragen die gesteld kunnen worden om signalen op te pikken:- Was een leerling de voorbije weken of maanden vaak afwezig?
- Zit er een bepaald patroon in de afwezigheden?
- Zijn er veranderingen in het gedrag van de leerling?
- Een inschatting maken en in gesprek gaan
Het is niet eenvoudig om een inschatting te maken van de situatie. De school probeert zicht te krijgen op wat er gaande is, zonder al te controlerend of normerend over te komen. Door bezorgdheid te uiten, zeg je: de signalen zijn opgepikt. Er kunnen vragen gesteld worden aan de jongere en de betrokkenen op school, maar ook contact met de ouders is belangrijk. Als er een band is, verlaagt dat de drempel. Voor ouders kunnen vragen intimiderend en controlerend aanvoelen. Het is zaak ze gerust te stellen en te vertrekken vanuit een gemeenschappelijke bezorgdheid.
- In kaart brengen van de moeilijkheden en sterktes
Bij het in kaart brengen van de moeilijkheden kun je de jongere en zijn context ondersteunen door aandacht te hebben voor wat wel goed loopt, voor bepaalde sterktes. Dat kunnen vervolgens de hefbomen voor verandering worden. Uiteraard zijn de prestaties op school een belangrijke bezorgdheid vanuit onderwijsperspectief. Maar in deze fase zijn ze niet prioritair.
3. De weg naar school plaveien
3.1 De voorbereiding
Rollen en taken afspreken binnen het netwerk
Afspreken wie wat doet is noodzakelijk, want in onduidelijkheid zit de kiem voor veel ongenoegen. Betrokkenen kunnen zijn: de zorgleerkracht, de graadcoördinator, de directie, een CLB-medewerker, de ouders, de jongere en de titularis of een andere leerkracht, een externe hulpverlener,…
Het is belangrijk dat er een interventie gecoördineerd wordt. Hier komt de spilfiguur in beeld. Dit is iemand die voeling heeft met de jongere en diens context.
- De jongere als co-worker inschakelen en hem mee autonomie geven in zijn traject zodat er ook terug meer competentie-gevoel kan groeien.
3.2 De schoolopstart en het zorgplan
Een plan bij schoolweigeraars houdt niet per se in dat alle stappen in een bepaalde volgorde uitgerold worden in de tijd. Het is beter een eerste, haalbare stap vast te leggen. Wanneer die gezet is, kan die samen met de jongere en diens context geëvalueerd en indien nodig bijgestuurd worden. Pas wanneer die eerste stap een aantal keer gezet is, kan een tweede stap gepland worden. Op deze manier vermijden we het risico dat jongeren afhaken voor de eerste stap. Een plan is steeds individueel. Toch zijn er een aantal dingen die terugkeren.
Klasgesprek als manier om terug verbinding te maken.
Een jongere die niet naar school gaat brengt ook in de klasgroep veel teweeg. De andere leerlingen stellen zich terecht vragen en gaan deze soms invullen met verkeerde aannames. Een klasgesprek kan helpen bij zowel de spanning van de schoolweigeraar en als bij de onwetendheid van de klasgroep. Dit kan gedaan worden door externe hulpverlener, CLB-medewerker, zorgleerkracht of klastitularis. Wat aan bod komt, wordt vooraf besproken met de schoolweigeraar. Vaste ingrediënten zijn een voorstellingsrondje, educatie rond schoolweigering, het individueel traject van de jogneren, vragen wat de klas voor de jongere kan betekenen en een gelegenheid voor vragen.
Vluchtheuvel en hulpbronnen op school
Een plek op school waar de jongere naartoe kan gaan wanneer de spanning of emotionele onrust in de klas of tijdens de pauze te groot wordt. Wanneer de jongere op die moment nood heeft aan nabijheid van anderen kunnen dat de hulpbronnen zijn, al dan niet met een gesprek. Dit kan gaan zowel gaan over medeleerlingen, als over personeel van de school.
Taken-, toetsen-, en examenbeleid
Elke school heeft een eigen beleid hierrond. Transparante en eerlijke communicatie rond taken en toetsen is nodig. Wat zijn de verwachtingen van de school en wat is de draagkracht van de leerling? Het uitganspunt is dat er flexibel omgegaan kan worden met taken en toetsen zonder dat de leerling essentiële leerstof mist. Schoolweigering vergt niet zelden creatieve oplossingen en vaak lonen die.
Uitgebreid schoolplan
Het kan helpend zijn om alle afspraken te concretiseren in een schoolplan. In het B@ck on tr@ck boekje heb je de ruimte om zo een schoolplan in te vullen.
Alternatieve trajecten als tussenfase of neventraject
Soms is een tussenstap nodig in een veilig kader. Dit kan helpend zijn bij activatie, om succeservaringen op te doen, sociale contacten op te bouwen en motivatie te vinden om de moeilijkheden aan te pakken. Dit traject kan ook voorgesteld worden in combinatie met deeltijds schoollopen. Een overzicht van de alternatieve manieren om onderwijs aan te bieden kan je hier terugvinden.