Het is niet voor elke baby even vanzelfsprekend om van een flesje te kunnen drinken. Baby’s die daar moeilijkheden mee hebben, zijn ook niet in staat om voldoende voeding via de mond op te nemen. Om te voorkomen dat ze daardoor te weinig in gewicht bijkomen voor een optimale groei en ontwikkeling, kan het nodig zijn om extra voeding via een sonde (sondevoeding) te geven. Die voeding kan onder andere toegediend worden via een neusmaagsonde (=nasogastrische sonde).
Inhoud
Wat is een neusmaagsonde?
Een neusmaagsonde is een buisje dat via de neus ingebracht wordt tot in de maag. Er zijn verschillende soorten sondes beschikbaar.
Welke sondevoeding?
Jonge zuigelingen tot 12 à 18 maanden krijgen aangepaste zuigelingenmelk via de sonde. Kinderen vanaf 18 maanden krijgen meestal kant-en-klare sondevoeding, aangepast aan hun specifieke behoeften. Het soort voeding dat je baby het beste krijgt, wordt besproken met de arts.
Hoe de sondevoeding toedienen?
Voor de voeding:
- Was je handen grondig met water en zeep.
- Laat je kind een (half)zittende houding aannemen (babyrelax, eetstoel, …).
- Controleer of de sonde nog op de correcte plaats zit door:
- na te gaan of de klever die de sonde ter plaatse houdt, niet losgekomen is
- of de sonde zich nog steeds op de correcte markering ter hoogte van de neus bevindt. Indien de sonde verplaatst of verwijderd is, ga dan naar de kinderafdeling voor controle of herplaatsing van de sonde.
- Indien je kind voor de toediening van de sondevoeding mag drinken via de mond, probeer dan ook zachtjes om wat melk op te trekken via de sonde door middel van een spuit.
Als je weerstand voelt bij het optrekken en als er geen voeding terugkomt, spuit dan 5 ml lucht in de sonde en herhaal het optrekken. Doe dit maximaal 2 keer. Leg het kind op de zijde en herhaal het optrekken. Herhaal indien nodig op de andere zijde. Indien u er niet in slaagt om melk op te trekken, maar punt 1 en 2 zijn wel in orde, mag je ervan uitgaan dat de sonde goed zit en mag je de sondevoeding toedienen.
- Spoel de sonde met een spuitje door met 5 ml fleswater.
- Neem de fles sondevoeding en controleer de temperatuur. De sondevoeding wordt het best op kamertemperatuur toegediend.
- Neem de leiding en breng deze aan op de fles.
- Plaats de leiding in de pomp.
- Zet de pomp aan door op de knop “ON/OFF” te drukken en wacht enkele seconden. Druk vervolgens op “CLEAR”.
- Laat de leiding vullen met de sondevoeding. Druk hiervoor op “FILL SET”.
- Verbind de leiding met de sonde als alle lucht uit de leiding is.
- Stel het volume (= dose) in zoals aangeleerd.
- Stel de toedieningssnelheid in zoals afgesproken met de arts. Druk hiervoor op “ML/H”. Je kan dit aanpassen met de + en - knop. De inloopsnelheid is meestal 30 minuten (= volume x 2), maar kan op advies van de kinderarts gewijzigd worden.
- Druk op “START/STOP” om de sondevoeding toe te dienen. Je zal een piepsignaal horen en een tekentje met een cirkel zien bewegen.
- Laat je kind niet onbewaakt achter terwijl de voeding inloopt.
- Als de voeding doorgelopen is, druk op “START/STOP” om de toediening te stoppen. Je zal een piepsignaal horen.
Na de voeding: de maagsonde en leiding spoelen:
- Was je handen grondig met water en zeep.
- Koppel de sonde los van de leiding.
- Spoel de sonde met 5 ml fleswater.
- Breng het afsluitdopje aan op de sonde.
- Vul vervolgens de fles met drinkbaar water.
- Hou het uiteinde van de leiding boven een opvangbakje of lavabo. Druk op de knop “FILL SET” om de leiding te spoelen. Als dit beëindigd is, klinkt er een piepsignaal. Zet de pomp uit door te drukken op “ON/OFF”.
- Haal de leiding uit de pomp. Ontkoppel de leiding van de fles. Giet de fles leeg.
- Bewaar de leiding in een propere handdoek/tetradoek in de koelkast.
- De leiding moet om de 24 uur (in ziekenhuis) of om de 48 uur (in thuismilieu) vernieuwd worden.
- Reinig en/of steriliseer de fles zoals u gewoon bent (cf. richtlijnen Kind&Gezin).
Hoe sondevoeding bewaren?
- Zuigelingenmelk in poedervorm wordt niet bewaard, maar onmiddellijk voor de toediening bereid.
- Kant-en-klare voedingen mogen 24 uur in de koelkast bewaard worden.
Toedienen van medicatie
- Overleg met de arts of verpleegkundige hoe je de geneesmiddelen het best kan toedienen. Soms kan je kind de geneesmiddelen gewoon inslikken.
- Voor toediening via de sonde zijn vloeibare geneesmiddelen te verkiezen. Oplosbare poeders zijn ook beter dan pillen die je moet pletten. Niet alle medicatie mag geplet of geopend worden. Vraag je arts aangepaste (plet)medicatie voor te schrijven.
- Was je handen grondig met water en zeep.
- Stop de sondevoeding.
- Voor je geneesmiddelen toedient, spoel je de sonde goed door met ongeveer 5 ml water.
- Meng de voorgeschreven geneesmiddelen met 2 à 5 ml water in een spuitje of trek de vloeistof op in een spuitje. Vermijd, indien mogelijk, om verschillende geneesmiddelen samen in een spuitje te geven. Geef de geneesmiddelen apart en spoel tussenin door.
- Spuit de geneesmiddelen door de sonde.
- Spuit de sonde onmiddellijk door met 5 ml water.
- Herstart de sondevoeding.
- Kijk tijdens en na het toedienen hoe je kind de geneesmiddelen verdraagt.
- Als een geneesmiddel nuchter moet gegeven worden, houdt dan rekening met een rustpauze van ongeveer een uur voor en een half uur na de voeding.
Opmerkingen
Het geven van sondevoeding is een verpleegkundige handeling. Niet-verpleegkundigen (mantelzorgers) mogen sondevoeding toedienen als ze in het bezit zijn van een geldig attest. Dit attest wordt overhandigd na het volgen van een opleiding waarbij de techniek en voorzorgsmaatregelen worden aangeleerd om risico’s en problemen tijdig te herkennen en op te lossen.
- Het is belangrijk om voor elke voeding de juiste positie van de maagsonde te controleren zoals eerder in deze brochure beschreven. Bij twijfel moet dit gecontroleerd worden op de kinderafdeling in het ziekenhuis. Mogelijk moet de sonde dan verwijderd en herplaatst worden. Blijvend kokhalzen, hoestbuien en plotse heesheid zijn signalen dat de sonde verkeerd geplaatst kan zijn. Bij een onjuiste positie van de sonde bestaat het gevaar dat de voeding van de slokdarm overloopt naar de longen.
- Laat de maagsonde maandelijks herplaatsen door een gespecialiseerde kinderverpleegkundige, hiervoor heb je een voorschrift nodig van de kinderarts. De sonde wordt dan herplaatst in het andere neusgat om zo wrijving en drukletsel te voorkomen. De huid onder de kleefpleisters krijgt zo ook de tijd om te herstellen. Maak hiervoor tijdig een afspraak met de kinderafdeling.
Fincancieel
Er is extra materiaal nodig om een maagsonde te plaatsen en sondevoeding toe te dienen. Je ontvangt bij ontslag documenten die de arts moet invullen om een tegemoetkoming te krijgen van de mutualiteit.
Praktisch
Voor een extra handleiding over de sondevoedingspomp vind je op het internet een video. Ga naar de website http://www.nutriciaflocare.com/infinity_simulator.php
- Voor praktische hulp kan je contact opnemen met de kinderafdeling op het nummer 03/760 22 90.
- Voor vragen rond materiaal kan je je tot de firma wenden.