Een knieprothese is de standaardbehandeling voor artrose van de knie. Bij deze ingreep wordt een implantaat (de ‘knieprothese’) geplaatst ter vervanging van de versleten gewrichtsoppervlakken.
Bij de ingreep wordt het kniegewricht langs voor open gemaakt. Met behulp van de robot worden de kraakbeenlagen en onderliggende botlagen afgezaagd, exact in de vorm om hier het implantaat op te plaatsen. Dit wordt geïmplanteerd, zodat het been weer volledig recht staat, de knie maximaal kan strekken en plooien en de spanning van de ligamenten mooi hersteld is, zodat er een perfecte stabiliteit ontstaat.
Totale knieprothese
Bij een standaard totale knieprothese wordt het volledige kniegewricht vervangen. Of de achterzijde van de knieschijf ook wordt vervangen, hangt meestal af van de slijtage op deze knieschijf.
Na een knieprothese zijn quasi alle normale activiteiten toegelaten, inclusief sporten. Alleen echte loop- en springsporten worden moeilijker.
De unicondylaire prothese
Een unicondylaire prothese is een type knieprothese waarbij slechts één zijde van de knie wordt vervangen. Klassiek is dit de binnenzijde (mediaal) van de knie. De unicondylaire knieprothese heeft als voordelen: een kleinere incisie, snellere operatie en kortere revalidatie. Het normale gevoel in de knie wordt ook beter bewaard en meestal is er een iets betere beweeglijkheid mogelijk. Sporten is vaak ook beter mogelijk met een unicondylaire knieprothese.
Patello-femorale knieprothese
Wanneer er alleen aantasting van het kraakbeen van de knieschijf of de trochlea (de 'goot' van de knieschijf), kunnen we de trochlea en achterzijde van de knieschijf (= patella) vervangen. De overige compartimenten in de knie, waar geen letsels zijn, worden dan ongemoeid gelaten.
Robot-geassisteerde knieprothese
Sinds 2022 hebben we in onze dienst de mogelijkheid om heup- en knieprothesen te plaatsen met behulp van een operatierobot. Door het inschakelen van deze intelligente robot kan de orthopedisch chirurg reeds preoperatief de optimale positie van de prothese bepalen, valideren en plannen in functie van de specifieke anatomie en biomechanica van iedere individuele patiënt. Vervolgens wordt de chirurg door de robot ondersteund om dit plan met uiterst hoge precisie uit te voeren in de operatiezaal. De robot ondersteunt niet alleen met het maken van botcoupes tijdens de operatie, maar wendt artificiële intelligentie, driedimensionaliteit, vibratiefeedback en meer aan om het chirurgisch team bij te staan. Door de inzet van de orthopedische robot wordt het risico op chirurgisch trauma en complicaties verder verminderd en kan de patiënt nog sneller herstellen.
In specifieke gevallen, zoals bij een vervanging van een totale knieprothese of bij ernstige instabiliteit of scheefstand van het been, moeten speciale types knieprothesen gebruikt worden. Bij deze ingrepen zijn er vaker grote botdefecten of ligamentinsufficiënties aanwezig. Deze types knieprothesen, de revisie knieprothesen, scharnierprothesen (hinged) of zelfs resectieprothesen zijn grotere types prothesen met lange stelen en meer ingebouwde stabiliteit of zelfs een scharniermechanisme. Dat zijn meestal grotere, langere ingrepen met ook een langere revalidatie dan de standaard knieprothese.
Joint care
In de voorbereiding tot je operatie en tijdens het verblijf hanteren wij een zorgtraject dat gestoeld is op de principes van Joint care. Een heup- of knieprothese krijgen betekent immers niet alleen de operatie ondergaan, maar betekent ook een grondige voorbereiding, begeleiding en revalidatie.
Voorafgaand aan jouw operatie word je verwacht op een infonamiddag. Op die dag krijg je extra informatie rond de voorbereiding, ingreep, revalidatie en nazorg bij een heup- of knieprothese. Als je na de ingreep nood hebt aan extra omkadering, bijvoorbeeld via een revalidatiecentrum, dan meld je dit best reeds op de infonamiddag.
Je zal ook een afspraak krijgen op de preoperatieve anesthesieraadpleging. Hier worden jouw medische voorgeschiedenis en medicatie besproken. We bespreken ook welk type verdoving voor jou van toepassing is. Als het plaatsen van de knieprothese gebeurt met de assistentie van de robot maken we een CT-scan van de knie. Hiervoor zal je een afspraak meekrijgen van je chirurg.
Tijdens het verblijf wordt er zowel individueel als in groep geoefend. Hiervoor zijn speciale oefenzalen uitgerust. Het voordeel hiervan is dat mensen elkaar motiveren aangezien ze door hetzelfde revalidatieproces moeten gaan. Elke dag wordt geoefend naar een nieuwe doelstelling toe die jou door de kinesitherapeut en verpleegkundige duidelijk gemaakt worden.
Je moet aan een aantal criteria voldoen om naar huis te kunnen.
• een droge wonde
• zelfstandig in en uit bed kunnen
• veilig en stabiel met je loophulpmiddel kunnen stappen
• veilig kunnen traplopen
• voldoende kunnen plooien en strekken
Het ziekenhuisverblijf is tegenwoordig van 1 tot 3 dagen, afhankelijk van het type prothese.
Mogelijke complicaties
Zoals bij elke ingreep zijn er ook bij een knieprothese complicaties mogelijk. Gelukkig is een totale knieprothese een voorspelbare ingreep met een goed resultaat en zijn verwikkelingen zeldzaam. Dit zijn de potentiële risico’s:
• Pijn:
De pijn na de operatie valt moeilijk te voorspellen en is individueel verschillend.
• Wondvocht of nabloeden van de wonde:
Het verband blijft dicht tot op de consultatie 2 weken na de operatie. Het verband moet je enkel vervangen als het volledig verzadigd is met bloed.
• Bloedklonter in de aders (trombose):
Door verminderde mobiliteit en minder spierwerking in de benen, kunnen klonters in de aders ontstaan.
Om bloedklonters te voorkomen, worden er tijdens de opname voor de operatie steunkousen aangemeten die je na de operatie moet dragen. Verder krijg je tijdens je verblijf in het ziekenhuis dagelijks een spuitje in je buik. Bij ontslag wordt er meestal overgeschakeld naar tabletten waarvoor je een voorschrift meekrijgt.
• Zwelling van het geopereerde been:
Het is normaal dat het geopereerde been wat gaat opzwellen. Na enkele weken zal deze zwelling verdwenen zijn. Soms kan er een hematoom (= bloeduitstorting) ontstaan. Dit is een onderhuidse bloeding waardoor je been op sommige plaatsen zal verkleuren (net als bij een ‘blauwe plek’ na een val). Dit kan behandeld worden met ijs. Het hematoom zakt vaak naar beneden maar verdwijnt uiteindelijk vanzelf na enkele weken.
• Koorts:
De eerste dagen na de operatie kun je wat temperatuursverhoging hebben. Bij hoge koorts wordt de medicatie aangepast. Als je thuis hoge koorts hebt (>39°C) en een pijnlijke, rode wonde moet je contact opnemen met je chirurg.
• Bewegingsbeperking:
Soms treedt er tijdens de revalidatie een bewegingsbeperking op bij het plooien of het strekken. Hiervoor is intensieve kinesitherapie noodzakelijk om de mobiliteit van de knie te verbeteren. Soms is er een mobilisatie onder narcose van de knie nodig. Er kan ook gebruik gemaakt worden van een ROM pedaal tijdens de revalidatie. Dit is een speciale pedaal die ervoor zorgt dat je makkelijker kunt fietsen op de hometrainer. Deze pedaal kan ook gebruikt worden op een gewone (elektrische) fiets zodat het fietsen makkelijker gaat.
• Letsel van ligamenten, bloedvaten of zenuwen:
Geen enkele ingreep is risicoloos. In érg uitzonderlijke gevallen kan er tijdens de operatieve ingreep een letsel ontstaan van één van de ligamenten, zenuwen of bloedvaten rond het gewricht dat geopereerd wordt. Gezien het érg uitzonderlijke karakter hiervan en de zeer specifieke gevolgen volgens welk letsel is opgetreden, zal de behandeling hiervan steeds individueel besproken worden door je arts.
• Infectie:
Bij plaatsing van een prothese in eender welk gewricht kan een besmetting met bacteriën optreden, via de wonde of in een later stadium, via de bloedbaan. Als dit gebeurt zal er warmte, roodheid en/of vochtdrainage ter hoogte van de wonde optreden. De behandeling zal afhankelijk zijn van het type besmetting en kan bestaan uit antibioticatoediening, operatieve spoeling of verwijderen van de prothese en vervangen door een andere prothese.
Revalidatie
Afhankelijk van jouw situatie kun je thuis revalideren of in een revalidatiecentrum. Gedurende de eerste 6 weken na de operatie is het veilig om krukken te gebruiken (meestal 2 krukken gedurende de eerste 3 weken en 1 kruk gedurende de volgende 3 weken). Je mag wel meteen steunen op het geopereerde been. Na 6 weken mag je meestal weer met de wagen rijden en fietsen.
De totale revalidatie na een knieprothese neemt al gauw een drie tot 6 maanden in beslag. Dit is natuurlijk afhankelijk van de doelstellingen van de revalidatie. Een oudere persoon revalideert vaak “sneller”, omdat de doelstellingen lager liggen (bijvoorbeeld korte afstanden wandelen) dan bij een jongere patiënt die graag wil gaan sporten.
Orthopedie
Maak een afspraak
Laatste update: 22 mei 2024