De zaadcel hecht zich aan de wand van de eicel. Vervolgens versmelten de celwanden van eicel en zaadcel tot één grote cel met twee kernen. Daarna versmelten ook de twee celkernen samen tot één celkern. Men spreekt nu van een zygote. Deze zal zich verder delen, en zo ontstaat een embryo.
De bevruchte eicel verplaatst zich ondertussen van de eileider naar de baarmoederholte, waar de innesteling start en tegen de 10de dag is afgerond. Door het embryo wordt Humaan choriongonadotrofine (hCG) afgescheiden. Dit hormoon stimuleert het geel lichaam om verder oestrogeen en progesteron aan te maken en af te scheiden zodat de zwangerschap in stand kan blijven en er geen menstruatie komt.