- Voeding
- Maatregelen om infecties te voorkomen
- Bewegen
- Chemobrain
- Stoppen met roken
- Huid- en nagelverzorging
- Haarverlies
- Perifere neuropathie
- Seksualiteit en intimiteit
- Vaccinaties
- Omgaan met afvalstoffen van de therapie
- Omgaan met antitumorale medicatie via de mond (per os)
- Ondersteuning door het oncologisch supportteam (ost)
- Informatiesessies en ontmoetingsmomenten
1. Voeding
Algemeen: eet vooral waar je zin in hebt!
- Tijdens de eerste dagen na de behandeling moet je je niet forceren om veel te eten. Zorg wel dat je geen lege maag hebt. Eet een droog koekje, cracker of toastje met wat confituur, zeker als je last hebt van ochtendmisselijkheid.
- Gebruik per dag meerdere kleine maaltijden.
- Rust na elke maaltijd, bij voorkeur in een halfzittende houding, uit. Dit bevordert de vertering.
- Drink voldoende. Zorg ervoor dat je dagelijks 1,5 tot 2 liter vocht drinkt. Water krijgt de voorkeur. Andere opties zijn bv. thee (infusies zoals munt, rode vruchten,...), soep,...
- Tijdens je therapie matig je best je alcoholverbruik. Dit wil zeggen, maximum 1 glas per dag. 24 uur voor, tot 48 uur na de toediening van je therapie vermijd je het drinken van alcohol best volledig.
Misselijkheid en braken
Veel mensen associëren (chemo)therapie met misselijkheid en braken. Dit zijn inderdaad mogelijke nevenwerkingen bij sommige vormen van antitumorale therapie, maar zeker niet bij alle. Ook niet iedereen heeft last van deze klachten. De klachten kunnen optreden tijdens de toediening van de therapie of tijdens de eerstvolgende uren of dagen erna.
Misselijkheid en braken staan los van het effect van de antitumorale therapie op de kankercellen. Dankzij bepaalde medicijnen kunnen deze klachten sterk worden verminderd of zelfs volledig worden voorkomen.
Je arts zal, in functie van het soort therapie, het meest geschikte antibraakmiddel voorschrijven of een combinatie van meerdere middelen. Indien je toch nog last van misselijkheid zou hebben, kan deze behandeling bij een volgende kuur aangepast worden.
Sommige sterkere antibraakmiddelen kunnen milde nevenwerkingen zoals constipatie (moeilijke stoelgang) en hoofdpijn veroorzaken. We raden dan ook aan om tijdig een laxeermiddel in te nemen (zie verder).
Extra tips
- Eet op tijdstippen dat je minder misselijk bent, of als de antibraakmiddelen beginnen te werken.
- Als je te weinig drinkt, kan dat het gevoel van misselijkheid erger maken en bijdragen tot een vieze smaak in je mond. Je kunt ook zuigen op ijsblokjes met verschillende smaken, door bijvoorbeeld cola of limonade in te vriezen.
- Laat, indien mogelijk, iemand anders voor jou koken. Eet je maaltijd niet in de ruimte waar die werd klaargemaakt. Vermijd zoveel mogelijk alle etensluchtjes, maar ook andere sterke geuren zoals rook, parfum, schoonmaakmiddelen,...
- Eet langzaam en kauw het eten goed.
- Je mag gerust volledig overschakelen op broodmaaltijden of enkel warme maaltijden nemen als je je daar beter bij voelt.
- Stress kan misselijkheid in de hand werken:
- Zorg voor voldoende afleiding (hobby’s, lezen, muziek, radio, tv,...).
- Doe eventueel relaxatieoefeningen, vraag hierover gerust advies.
- Adem diep en langzaam in en tel tot drie. Tel tot vier als je uitademt.
- Overweeg bij goed weer om zoveel mogelijk buiten te eten.
- Als je hebt moeten braken, spoel dan je mond en laat je maag weer langzaam wennen aan vast voedsel.
Bij specifieke vragen kun je steeds een beroep doen op een diëtist.
Verandering van smaak en geuren
Smaak- en geurveranderingen kunnen optreden door je ziekte of behandeling. Wat je eet kan plots anders smaken, terwijl je het niet anders hebt klaargemaakt. Het is dan plotseling erg zoet, bitter, zuur, zout of smaakt juist flauw. Probeer er achter te komen welke voedingsmiddelen je voorkeur genieten en vermijd de andere.
Smaak- en geurveranderingen door de chemotherapie zijn van tijdelijke aard. Na afloop van de therapie zal je smaak- en reukzin zich geleidelijk herstellen.
Als de eetwaren een metaalsmaak hebben:
- Eet vis, eieren en melkproducten in plaats van vlees.
- Soms helpt het om het metalen bestek te vervangen door plastic of hout.
Kies dranken met een frisse smaak zoals water, thee, groentesap, vruchtensap, koolzuurhoudende dranken met citroen of sinaasappel. Voeg eens munt of gember toe aan je drankje.
Als de klassieke maaltijden je niet meer smaken:
- Probeer kant-en-klare gerechten uit.
- Gebruik voldoende kruiden.
- Gebruik nieuwe gerechten met nieuwe smaken.
Als je last hebt van onaangename geuren:
- Neem koude/lauwe gerechten: salades, vis, vleesbrood, koude soepen en vers fruit.
- Vermijd eetwaren met een sterke geur zoals koolsoorten en uien.
- Als je zelf een maaltijd bereidt, hou er dan rekening mee dat je misschien anders proeft en kruidt dan jij en je tafelgenoten het gewoon zijn.
Zorg dragen voor een goede mondhygiëne kan helpen.
Verder meer informatie over mondhygiëne.
Diarree
Wanneer spreken we van diarree?
We spreken van diarree als je 3 à 4 maal ongebonden tot waterige stoelgang maakt op korte tijd, al dan niet gepaard met krampen.
Antitumorale therapie en radiotherapie kunnen een invloed hebben op de cellen van de darmwand en maag, waardoor je vaker stoelgang kan hebben. De stoelgang kan ook vloeibaarder zijn dan gewoonlijk. Er kunnen echter ook andere factoren een rol spelen, zoals stress of een darminfectie. Bij diarree moet je vooral opletten voor uitdrogingsverschijnselen.
Diarree door antitumorale therapie is van tijdelijke aard. Zodra de maag- en darmcellen zich herstellen, zal de diarree verdwijnen.
Wat te doen bij diarree:
- Drink veel om het vocht en de voedingsstoffen die je verliest weer op te nemen. Minstens 2 liter per dag.
- Water wordt in de darm beter opgenomen als er ook wat suiker en/of zout is toegevoegd. Indien mogelijk mag je bijvoorbeeld thee met wat suiker drinken, bouillon, echte cola of limonade (laat het gas eerst ontsnappen), isotone dranken (type Aquarius, geen zero). Let hiermee op als je diabetespatiënt bent.
- Eet en drink vaak kleine beetjes in plaats van 3 grote maaltijden per dag te nemen.
- Verzorg je huid na elke stoelgang met zacht toiletpapier (deppen, niet wrijven).
- Medicatie:
- Imodium® of Imodium Instant®: bij de eerste acute diarree mag je 2 tabletten tegelijk innemen en vervolgens na elke diarree tot maximum 6 tot 8 tabletten per dag. Als de diarree is gestopt, stop je ook met het innemen van Imodium®.
- Tasectan®: inname tot 3 x 2 tabletten per dag.
Het is af te raden om bij diarree preparaten te gebruiken met de levende gisten Saccharomyces Boulardii, zoals in Enterol®, Imutis®, Ercéflora supra®, enz. (probiotica). Bij twijfel contacteer je best je arts.
- Tasectan®: inname tot 3 x 2 tabletten per dag.
- Imodium® of Imodium Instant®: bij de eerste acute diarree mag je 2 tabletten tegelijk innemen en vervolgens na elke diarree tot maximum 6 tot 8 tabletten per dag. Als de diarree is gestopt, stop je ook met het innemen van Imodium®.
Bij zwarte stoelgang, slijmen en koorts: raadpleeg je arts!
Constipatie
Je behandeling met antitumorale medicatie kan de beweeglijkheid van je darmen verminderen, waardoor de werking van je darmen vermindert.
Tekenen die op een verminderde darmwerking (kunnen) wijzen zijn: minder vaak stoelgang hebben dan je gewoon bent, een opgezette buik, buikkrampen, een moeilijke stoelgang (weinig en hard) en verstopping (constipatie).
Het kan zijn dat je je misselijk voelt en moet braken. Sommige medicijnen tegen misselijkheid en braken veroorzaken bij een deel van de patiënten klachten van constipatie. Neem die geneesmiddelen niet langer dan nodig. Ook een verminderde voedsel- en vochtinname werken constipatie in de hand.
Verstopping of constipatie is meestal van tijdelijke aard. De ernst van het probleem en de aard van de ingestelde behandeling bepalen de duur van deze klacht.
Algemene adviezen
- Neem voldoende beweging. Beweging bevordert de darmwerking.
- Stel de drang om naar het toilet te gaan nooit uit.
- Neem geen geneesmiddelen zonder je (huis)arts te raadplegen. Bepaalde geneesmiddelen kunnen verstopping bevorderen. Je arts kan je, indien nodig, de gepaste laxeermiddelen voorschrijven.
Voedingsadviezen
- Eet op geregelde tijdstippen en sla vooral het ontbijt niet over. Drink voor het ontbijt een glas lauw water of vers vruchtensap, of nog beter: combineer dit met extra fruit bij het ontbijt zoals kiwi’s, pruimen, druiven,...
- Drink voldoende: 1,5 tot 2 liter per dag.
Wat kun je doen bij constipatie?
Als je 2 dagen geen stoelgang hebt gehad, is het aangewezen om een beroep te doen op een hulpmiddel of geneesmiddel. Als je goede resultaten hebt met bepaalde middelen zoals kruidenthee, vezel-supplementen,... mag je die gerust innemen.
Volgende middelen kunnen we aanbevelen en zijn onschadelijk voor de darmen bij langdurig gebruik:
- Movicol® of Laxido®: 1 tot 2 zakjes per dag.
- Forlax®: 1 tot 2 zakjes per dag.
- Duphalac® of lactulosesiroop: 1 tot 2 soeplepels per dag.
- Duphalac dry®: 1 tot 2 zakjes per dag.
Denk eraan om steeds voldoende vocht bij deze middelen in te nemen om hun werking te bevorderen. Indien dit niet helpt, kan eenmalig een microlax (klein lavementje) geplaatst worden.
2. Maatregelen om infecties te voorkomen
Een tekort aan witte bloedcellen komt vaak voor en is een belangrijke nevenwerking van antitumorale medicatie en soms ook van radiotherapie. Een daling van het aantal witte bloedcellen kan aanleiding geven tot een verminderde weerstand: dan is je afweer tegen verschillende infectieziekten verminderd, waardoor eenvoudige infecties (zoals een verkoudheid) veel moeilijker door je eigen afweer overwonnen worden.
De verminderde aanmaak van witte bloedcellen door de antitumorale therapie is van tijdelijke aard. Voor de meeste behandelingen is de periode van ongeveer 10 tot 14 dagen na het toedienen van de therapie de periode waarin je het meest kwetsbaar bent voor infecties, doch dit kan variëren afhankelijk van de producten en het schema. De aanmaak van witte bloedcellen herstelt zich immers spontaan. Vaak kan het zijn dat je arts beslist om extra medicatie (groeifactoren onder de vorm van een inspuiting) te geven om het nadelige effect op het beenmerg tegen te gaan. Deze inspuiting zorgt ervoor dat het aantal witte bloedcellen zich sneller zal herstellen.
Sommige groeifactoren kunnen botpijnen veroorzaken en een grieperig gevoel geven bij de eerste toedieningen. Deze nevenwerkingen kunnen verholpen worden door inname van paracetamol (zoals bijvoorbeeld Dafalgan®, Perdolan®).
Een goede hygiëne is belangrijk om infecties te voorkomen.
Lichaamshygiëne
- Dagelijks douchen of volledig toilet.
- Was je handen voor elke maaltijd en na het gebruik van het toilet.
- Elektrisch scheren helpt om minder kleine wondjes te ontwikkelen bij het scheren. Als er toch wondjes zijn, kun je deze best onmiddellijk ontsmetten met bijvoorbeeld Cedium (kleurloos ontsmettingsmiddel).
- Gebruik zuivere en schone handdoeken en bedlinnen.
- Verzorg je nagels aan handen en voeten, maar vermijd wondjes bij het knippen.
- Verzorg elke wonde, ook de kleinste. Maak de wonde onmiddellijk schoon, ontsmet ze en breng een verbandje aan.
Mondhygiëne
Bepaalde vormen van therapie kunnen het slijmvlies van de mond en de keel aantasten. Eerst kun je last krijgen van een droog of branderig gevoel. Daarna kan de mond, tong of keel ook pijnlijk aanvoelen.
Het slijmvlies wordt rood en soms ontstaan er kleine zweertjes (aften). Je mond kan dan overgevoelig worden voor hete, koude, gekruide of harde spijzen. In het ergste geval kun je last krijgen met slikken, kauwen of praten.
Een ontsteking ter hoogte van de mondslijmvliezen wordt stomatitis genoemd. Mucositis is een verzamelwoord voor een ontsteking van de slijmvliezen ter hoogte van de mond, slokdarm en de darmen.
Mondverzorging om mucositis (slijmvliesontsteking) te voorkomen:
- Bespreek met je arts of het aangewezen is om voor de start van de therapie naar de tandarts te gaan.
- Poets je tanden minstens 2 maal per dag, liefst na elke maaltijd en voor het slapen gaan.
- Gebruik een zachte borstel en een aangepaste tandpasta voor gevoelig tandvlees. Vervang je tandenborstel minstens om de 2 maanden.
- Ook bij een elektrische tandenborstel kies je voor een zachte borstelkop. Vervang de borstelkop minstens om de 2 maanden.
- Gebruik tandzijde of tandenborsteltjes in plaats van tandenstokers om het tandvlees niet te beschadigen.
- Gebruik lippenbalsem om droge, gekloven lippen te voorkomen.
- Je arts kan je aanraden om meerdere malen per dag de mond te spoelen met een ontsmettend mondspoelmiddel (Iso-Betadine, Perioaid, Dentio, ...). Spoel minstens 1 minuut, eventueel opgesplitst in 3 maal 20 seconden.
- Je arts kan je ook aanraden om een antischimmelpreparaat te gebruiken (Diflucan, Daktarin, Nystatine, ...).
- Bij ernstige mucositis zal de arts je een genezende mondspoeling (mucositiscocktail; Caphosol) voorschrijven met eventueel extra pijnstilling.
- In sommige gevallen kan er lowlevellasertherapie toegepast worden door de arts van de dienst mond-, kaak- en aangezichtsheelkunde.
Wat te doen bij een droge mond?
- Hou je mond vochtig door regelmatig kleine hoeveelheden te drinken of op ijsblokjes te zuigen.
- Dompel eventueel je brood of beschuiten onder in koffie, thee, melk, soep,...
- Neem bij warme maaltijden jus of saus.
- Het gebruik van suikervrije kauwgom kan ook de speekselvorming stimuleren.
- Bij hinder kun je specifieke producten gebruiken zoals Glandosane spray, Oral Balance gel, Dentaid Xeros gel,...
Tandprothese
- Reinig je prothese minstens 1 maal per dag.
- Spoel je prothese na iedere maaltijd af onder stromend water.
- Neem de prothese enkele uren per dag uit je mond om het slijmvlies wat rust te geven. Bij ontsteking of aftevorming van het mondslijmvlies laat je de prothese uit en raadpleeg je de arts.
- Laat ‘s nachts en bij een pijnlijke mond de prothese uit.
- Bewaar je prothese droog en reinig ze voor je ze weer in je mond plaatst.
- Tijdens periodes waarin je arts het gebruik van een mondspoeling adviseert, borstel je de prothese eerst met een chloorhexidineoplossing zonder alcohol (bv. PerioAid 0.12%, DentioAId, ...) voor je ze in de mond brengt.
Wat te doen bij een pijnlijke mond?
- Vermijd scherpe en pikante voeding.
- Drink geen alcohol.
- Vermijd hete voeding en laat dranken afkoelen tot kamertemperatuur.
- Koude gerechten zoals roomijs, yoghurt, koude soepen (gazpacho),... ervaart men vaak als aangenaam en fris.
- Citrusvruchten (sinaasappelen, ...) kunnen te prikkelend zijn.
- Schakel over op zachte voeding: pasta, pudding, yoghurt, aardappel- of groentenpuree, eventueel vermengd met gehakt, appelmoes, zacht wit brood, cake, bananen, fruit uit blik,...
- Gebruik vloeibare producten zoals soepen, yoghurtdranken, milkshakes,...
Extra tips om infecties te vermijden
- Was fruit en groenten voor je ze eet.
- Ga niet op ziekenbezoek.
- Vermijd contact met mensen die een infectie hebben, zoals verkoudheid, griep, herpes (koortsblaasjes).
- Vermijd contact met kinderen die ziek zijn.
- Vermijd in de periode dat je witte bloedcellen laag zijn drukke gelegenheden waar veel mensen samenkomen zoals warenhuizen, bioscopen, wachtkamers. Meestal is dit rond de tiende dag na de behandeling, tenzij anders door de arts gemeld.
- Neem nooit op eigen initiatief koortswerende middelen of antibiotica.
- Vermijd het verzorgen van huisdieren, of gebruik hiervoor wegwerp-handschoenen.
Koorts door verminderde weerstand
We spreken van koorts als je lichaamstemperatuur hoger is dan 38,5°C of bij herhaalde meting hoger dan 38°C. Soms kun je enkel last hebben van koude rillingen met een lichte verhoging van de lichaamstemperatuur.
Bij een infectie kun je klachten hebben van pijn bij het plassen, frequent plassen, darmproblemen of buikpijn, een zware verkoudheid met ophoesten van gekleurde slijmen, keelpijn, rode, pijnlijke of gezwollen huid-aantasting (soms rond de poortkatheter), spier- en gewrichtspijn, enz.
Je dient dan ook bij koorts (>38-38,5°C), rillingen of algemeen ziektegevoel (ook zonder koorts) contact op te nemen met je huisarts of met het ziekenhuis. Dit laatste zeker als je koorts hebt in een periode waarin de arts had gemeld dat je weerstand tegen infecties lager kan zijn.
Indien je zowel je huisarts als de medewerkers van het oncologisch supportteam niet kunt bereiken, dien je je aan te melden op de dienst spoedgevallen van ons ziekenhuis.
Koorts ten gevolge van antitumorale medicatie
Je kunt echter ook koorts krijgen als reactie op de toegediende behandeling. Je arts zal je op voorhand verwittigen. De eerste maal is het toch aangewezen dat je telefonisch contact opneemt met je behandelende arts. Ook na een bloedtransfusie is koorts mogelijk.
Wat kun je doen als je koorts krijgt?
Drink veel (minstens 2 liter per dag). Door de koorts en het zweten kan je veel vocht verliezen. Alleen bij hart- of nierproblemen overleg je best eerst met je arts.
Neem nooit geneesmiddelen tegen koorts zonder voorafgaand akkoord van je arts.
Zorg voor afkoeling (een frisse douche, ijskom, ijskompressen,...) Dek je niet overdreven toe zodat de temperatuur niet verder oploopt.
3. Bewegen
Algemeen
Dat sport en bewegen de levenskwaliteit van een patiënt kan verhogen wordt steeds duidelijker. Het is aangeraden na, maar indien mogelijk ook tijdens, de behandelingen te bewegen.
In het verleden werd vaak aan patiënten aangeraden om veel te rusten. Verschillende onderzoeken tonen echter aan dat lichaamsbeweging tijdens de behandeling gunstig kan zijn. Zo hou je je lichamelijk functioneren zoveel mogelijk op peil en kan het een positief effect hebben op je levenskwaliteit.
Beweging verhoogt de overlevingskans bij kanker
- Bewegen heeft een positief effect op de immuniteit.
- Het remt de groei van tumoren.
- Het versterkt de werking van chemotherapie.
- Het vermindert de bijwerkingen van chemotherapie.
- Het verbetert de stemming en de levenskwaliteit.
Het is goed om iedere dag voldoende te bewegen en niet te lang na elkaar te zitten. Maak lichaamsbeweging een onderdeel van je dagelijkse bezigheden. Wandel, neem vaker de fiets en sta regelmatig op als je zittende werkzaamheden hebt.
Uiteraard kan niet iedereen op hetzelfde niveau bewegen. Het kan zijn dat je belemmeringen hebt die normaal bewegen in de weg kunnen staan.
Vermoeidheid is dikwijls een belangrijke hindernis. Het voornaamste doel is dat je zoveel mogelijk actief blijft.
Voor mensen die niet gewoon zijn om te sporten, is het goed om te gaan wandelen of fietsen, ook tijdens de behandeling. Voor mensen die al sporten is het goed om hiermee door te gaan. Vaak merk je dat je minder intensief of minder lang per keer kunt sporten.
Meer bewegen: tips
- Zorg dat het leuk is, door bijvoorbeeld samen met vrienden te bewegen of door activiteiten af te wisselen.
- Maak er een gewoonte van. Kies indien mogelijk een vast tijdstip.
- Deel het op. Je hoeft niet per se 30 minuten achter elkaar te bewegen. Deel het op in 2 keer een kwartier of 3 keer 10 minuten.
- De mogelijkheid bestaat om in het ziekenhuis deel te nemen aan diverse bewegingsprogramma’s. Zowel individueel als in groep, bv. oncorevalidatie, Triaplus,... Vraag hierover informatie aan je arts of verpleegkundige.
- Ook buiten de ziekenhuismuren is er de kans om aan je conditie te werken.
Vermoeidheid
Vermoeidheid is de meest voorkomende klacht bij patiënten met kanker en vooral bij patiënten die behandeld worden met antitumorale therapie of radiotherapie.
De vermoeidheid kan veroorzaakt worden door de kanker zelf. De klachten zijn echter vaak te wijten aan de behandeling (de chemotherapie, target-therapie, bestraling, chirurgie) bv. bloedarmoede, negatieve emoties, slaapstoornissen, tekort aan beweging en aan het feit dat je lichaam veel energie nodig heeft voor je herstel.
Deze vermoeidheid verschilt van de gewone vermoeidheid die iemand kan voelen na een zware dag. Zij hangt niet altijd samen met activiteiten en verbetert niet altijd met rust of slaap. De vermoeidheid kan mild zijn, maar ook ernstig met een gevoel van uitputting. Vaak kan dit gepaard gaan met depressieve gevoelens.
Vermoeidheid kan reeds optreden tijdens de eerste week van de behandeling en neemt nadien verder toe. Na het stopzetten van de behandeling zullen de klachten traag verminderen. Het is niet abnormaal dat je nog last hebt van vermoeidheid enkele maanden na het stopzetten van de behandeling.
Omgaan met vermoeidheid: tips
- Oorzaak aanpakken: Door erover te praten met je behandelende arts en/of verpleegkundige kunnen er mogelijke oorzaken opgespoord en behandeld worden. Bijvoorbeeld bij belangrijke bloedarmoede kan een bloedtransfusie worden gepland.
- Spaar energie:
- Eenvoudige hulpmiddelen kunnen je helpen in het huishouden. Bij het boodschappen doen kan het bv. helpen vooraf een lijstje te maken en een boodschappentrolley mee te nemen, zodat je geen zware tassen moet dragen.
- Je kunt ervoor kiezen om eenvoudige maaltijden te bereiden. Voel je je een dag minder moe, dan kun je een maaltijd op voorhand bereiden en invriezen.
- Plan je dag zo dat je geen energie verspilt.
- Geef prioriteiten aan voor jou leuke of belangrijke activiteiten en doe geen onnodige inspanningen.
- Ga zitten bij bepaalde taken bv. bij het aardappelen schillen.
- Vraag hulp aan familie, vrienden of instanties. De sociaal werker kan je hierbij zeker helpen.
- Durf “neen” te zeggen!
Herstel je energie:
- Probeer voldoende actief te blijven. Je zult je daardoor zowel lichamelijk als mentaal beter voelen.
- Regelmatig lichte oefeningen zijn beter dan erg belastende activiteiten. Je kunt actief blijven in het huishouden, of je kunt lichte activiteiten beoefenen zoals wandelen, fietsen of zwemmen.
- Drink voldoende: 1,5 tot 2,5 liter per dag.
- Las regelmatig korte rustperiodes in (max. 20 minuten).
- Zorg voor voldoende ontspanning (muziek, film, kunst, relaxatieoefeningen).
Informatiesessies vermoeidheid
In ons ziekenhuis worden regelmatig sessies over vermoeidheid georganiseerd waarbij nog heel wat praktische tips worden gegeven om energie te besparen.
Je kunt hiervoor de data navragen bij de verpleegkundig consulent oncologie/hematologie, verpleegkundig consulent borstzorg of de verpleegkundige van de afdeling.
4. Chemobrain
Wat is chemobrain?
Tijdens en na de behandeling met antitumorale medicatie hebben sommige patiënten last van geheugenverlies, concentratieproblemen en moeilijkheden om zich te focussen. Dit geheel van symptomen noemt men chemobrain.
Hoe uit zich dit?
- Vergeten van dingen die je normaal gezien wel weet.
- Niet op een bepaald woord kunnen komen.
- Moeite om een gesprek te kunnen volgen.
- Moeite met focussen, snel afgeleid zijn.
- Problemen met multitasking.
- Langer over bepaalde dingen doen.
Tips om hiermee om te gaan
- Neem voldoende rust en slaap voldoende.
- Wees regelmatig fysiek actief.
- Doe zoveel mogelijk volgens routine.
- Zorg voor rust. Ingespannen zoeken naar informatie maakt het moeilijker om bij de informatie te komen.
- Stel prioriteiten, doe 1 ding tegelijk.
- Gebruik hulpmiddelen zoals agenda, post-its, planbord, checklijsten, foto’s, dagboek, mobiele telefoon of notitieboekje.
- Gebruik strategieën om informatie te onthouden, zoals herhalen, visualiseren, informatie structureren in bijvoorbeeld alfabet, categorieën, hoofd- of bijzaak.
- Ga op zoek naar herkenningspunten en associaties.
- Oefen je hersenen (puzzel, kruiswoordraadsel,...).
- Beter omgaan met tijdsdruk: zorg voor een realistische dagplanning en ga ervan uit dat alles langer duurt dan je verwacht.
5. stoppen met roken
Stoppen met roken is altijd een goede beslissing, zeker wanneer je chemotherapie of andere celremmende geneesmiddelen krijgt. Je lichaam krijgt tijdens de therapie immers krachtige geneesmiddelen te verwerken. Door andere schadelijke stoffen zoals tabak te vermijden, voorkom je dat de effecten van de therapie kunnen worden beïnvloed.
Twijfel je nog om te stoppen met roken? Praat erover met je arts of tabakoloog, die bijkomende begeleiding voorziet bij een rookstop. Ook het moment van stoppen kun je met hen bespreken.
Er zijn een aantal tabakologen verbonden aan het ziekenhuis. Vraag aan de verpleegkundig consulent oncologie/hematologie, de verpleegkundig consulent borstzorg of de verpleegkundigen van de afdeling hun contactgegevens.
6. Huid- en nagelverzorging
Onder behandeling van de meeste antitumorale medicatie is de huid gevoeliger voor uitdroging en extra gevoelig voor zonlicht. Bij droge huid zijn er ook vaak klachten van jeuk. Wanneer de droogte zich voordoet op de plaatsen met een dikke huid kunnen er kloven ontstaan, vooral op vingers en voeten.
Huidverzorging
- Vermijd een hete douche of bad.
- Gebruik een vochtinbrengende (hydraterende) crème of bodylotion, niet geparfumeerd en hypoallergeen.
- Voorkom rechtstreekse blootstelling aan zonlicht! Bescherming tegen de zon door kledij of een zonnecrème met hoge beschermingsfactor (minimum factor 30 tot 50, om de 2 uur aanbrengen).
Nagelverzorging
- Ter hoogte van de nagels kan een ontsteking optreden. Draag geen knellende schoenen.
- Scheur gebroken of gescheurde nagels niet af maar gebruik een vijltje of nagelschaartje.
- Knip teennagels niet te kort en knip de nagels recht af.
- Gebruik bij voorkeur een nageltang.
Sommige vormen van antitumorale medicatie kunnen de nagels aantasten. Je zal daarover geïnformeerd worden. Deze nagelaantasting kan voorkomen of beperkt worden door ijshandschoenen of ijsbadjes aan te brengen tijdens de behandeling. Er wordt ook aangeraden om een nagelversterker te gebruiken.
7. Haarverlies
Sommige vormen van antitumorale medicatie kunnen haarverlies veroorzaken. Ook bij radiotherapie ter hoogte van de schedel of de behaarde huid kan haaruitval optreden. Je kunt gedeeltelijk of volledig je haar verliezen. Als je geen haar verliest, betekent dat niet dat de behandeling bij ju niet aanslaat.
Wanneer en hoe treedt er haarverlies op?
Het haarverlies begint meestal 2 tot 3 weken na de eerste behandeling. Het haarverlies is van tijdelijke aard. Je zult het haarverlies vooral merken tijdens het kammen of borstelen en op je hoofdkussen.
Meestal begint je haar 2 tot 3 maanden na het einde van de behandeling opnieuw te groeien, soms vroeger. De kleur of structuur kan in het begin anders zijn. Zo kan het nieuwe haar krullend zijn in plaats van glad en omgekeerd.
Behalve het hoofdhaar kunnen ook wenkbrauwen, wimpers, schaamhaar en ander lichaamshaar uitvallen. Haarverlies door radiotherapie kan daarentegen definitief zijn indien de dosis hoog is en wanneer er een beschadiging van de haarwortel optreedt.
Hoofdhuidkoeling
Bij sommige behandelingen kan haaruitval worden voorkomen of worden beperkt met behulp van een hoofdhuidkoeling door middel van een ijskap. De resultaten verschillen van persoon tot persoon. Praat erover met uw arts en lees er meer over in de folder hoofdhuidkoeling.
Wat bij volledige haaruitval?
Laat bij het begin van je behandeling je haar kort knippen. Vermijd de haren te scheren, want dit kan kleine wondjes en infecties veroorzaken. Een kort kapsel geeft je reeds een idee over hoe je er zal uitzien wanneer het haar terug groeit.
Net voor het haar uitvalt, is de hoofdhuid erg gevoelig en soms zelfs pijnlijk. Een hydraterende zalf op de hoofdhuid kan jeuk voorkomen.
Als je een pruik wenst
Kies voor of bij het begin van de behandeling een pruik. Zo kun je nagaan welke pruik het best overeenstemt met je eigen kapsel.
Financiële tegemoetkoming:
Je oncoloog bezorgt je een attest om een tegemoetkoming aan te vragen via je ziekenfonds. De kaalhoofdigheid moet het gevolg zijn van een medicamenteuze, radiotherapeutische of chemotherapeutische behandeling. Om de 2 jaar kan men een vernieuwing van de pruik krijgen.
Via sommige hospitalisatieverzekeringen kan ook een tussenkomst worden voorzien. Neem hiervoor contact op met je verzekeringsmakelaar.
Als je geen pruik wenst
Je kunt ook een sjaaltje, een tulband, een pet of een hoed dragen. Hoofddeksels zijn lichter en luchtiger dan een pruik. In de zomer bieden ze je in elk geval meer comfort. Hou er rekening mee dat de bescherming van de hoofdhuid belangrijk is om afkoeling te vermijden in de winter. Via de hoofdhuid kan 25% van de lichaamswarmte verloren gaan.
Financiële tegemoetkoming:
Als je geen tegemoetkoming voor een pruik aanvraagt, kun je bij je ziekenfonds wel een tegemoetkoming aanvragen voor een tulband, pet, hoed,... Je oncoloog bezorgt je een attest. De kaalhoofdigheid moet het gevolg zijn van een medicamenteuze, radiotherapeutische of chemotherapeutische behandeling.
Wat als er enkel haarverdunning wordt verwacht?
- Korte haren maken het haarverlies minder zichtbaar.
- Gebruik een zeer zachte borstel of een kam met ver uit elkaar staande tanden.
- Gebruik een zachte shampoo en gebruik na elke wasbeurt een ‘crèmespoeling’ of een ‘haarconditioner’.
- Vermijd haarverf, kleurshampoo, bleekproducten, permanent, krulspelden, haarspray, elektrische haardroger, enz.
- Vermijd knellende haarspelden, haarbanden, strikken. Doordat je haar broos is, kan het afbreken.
Er bestaan ook brochures van de Stichting tegen kanker en Kom op tegen Kanker waarnaar je kan vragen in het ziekenhuis (of rechtstreeks). Ze staan vol nuttige tips in verband met haarverzorging, make-up, nagelverzorging, kleuradvies,...
Schoonheidssessies
In de verschillende ziekenhuizen worden schoonheidssessies georganiseerd in samenwerking met Kom op tegen kanker ‘Look good, feel better’.
Voor meer informatie kun je terecht bij de sociale dienst, de verpleegkundige consulent oncologie/hematologie of de verpleegkundig consulent borstzorg.
8. Perifere neuropathie
Wat is perifere neuropathie?
Perifere neuropathie is een zenuwpijn die ontstaat door beschadiging van de gevoelszenuwen, voornamelijk ter hoogte van handen en voeten. De klachten zijn afhankelijk van de soort therapie, de dosis en de duur van de behandeling. Het varieert sterk van persoon tot persoon en is daardoor moeilijk voorspelbaar.
Wat zijn de symptomen?
- Het begint meestal met tintelingen, een doof of slapend gevoel, soms pijnscheuten ter hoogte van handen en voeten.
- Overdreven pijnreactie op kleine prikkels, bijvoorbeeld koude.
- Vaker struikelen over oneffenheden, kleine voorwerpen.
- De fijne motoriek raakt verstoord. Dit uit zich bijvoorbeeld in moeilijk veters kunnen knopen, knoopjes van kleding dicht doen, moeilijker kunnen schrijven,...
Behandeling
Tot nu is er geen effectieve methode voor preventie of behandeling gevonden. De enige maatregel tijdens de behandeling is dosisvermindering of stoppen met de therapie. Er is verbetering mogelijk, maar dit kan lang duren doordat zenuwcellen traag herstellen.
Informatiesessie tintelend overleven
Twee maal per jaar worden er informatiesessies georganiseerd waar je de kans krijgt om kennis te maken met de testen die gebruikt worden om de neuropathie te beoordelen en om zelf hulpmiddelen uit te testen. Dit gebeurt onder begeleiding van een ergotherapeut.
Voor meer informatie kun je terecht bij de verpleegkundig consulent oncologie/hematologie of verpleegkundig consulent borstzorg.
Tips om met dit probleem om te gaan
- Er zijn verschillende hulpmiddelen in de handel (thuiszorgwinkels) die meestal gebaseerd zijn op het vergroten van de greep, zodat er minder kracht nodig is, een grotere hefboom en minder grip.
Bijvoorbeeld: penverdikking om te schrijven, vergroot handvat, knopenhaak, elastische veters,... - Draag kleding die wat ruimer zit, indien mogelijk met elastiek of velcro in plaats van knopen of ritsen.
- Laat voorwerpen rusten op een draagvlak.
- Valpreventie:
- Draag gesloten schoenen/sandalen.
- Verwijder ‘obstakels’ (matjes, draden, ...) en zorg voor vlotte doorgang in huis.
- Neem je tijd om je te verplaatsen.
- Antislipmatje in bad/douche
9. Seksualiteit en intimiteit
Kanker en de behandeling(en) ervan kunnen een grote invloed hebben op je leven. Niet alleen op lichamelijk en emotioneel vlak, maar ook op het gebied van je seksueel functioneren en seksuele welbevinden.
De invloed en de omvang van mogelijke seksuele problemen wordt vaak pas zichtbaar op langere termijn en kan voor iedereen individueel verschillen.
Enkele voorbeelden:
- Verandering in seksueel verlangen/motivatie
- Moeilijkheden met krijgen en/of behouden van een erectie
- Vaginale droogte
- Mogelijke invloed op zwangerschapswens en/of infertiliteit
- Moeilijker of geen orgasme
- Pijnklachten
Enkele mogelijke oorzaken of beïnvloedende factoren van seksuele problemen:
- Vermoeidheid
- Een veranderd lichaamsbeeld
- Hormonale veranderingen, bijvoorbeeld na chemotherapie, bestralingen of anti-hormonale therapie
- Gevoelens van onzekerheid of schaamte
- Angst voor intimiteit of afwijzing
Intimiteit en seksualiteit zijn normale en belangrijke onderdelen van het leven - ook tijdens en na kanker. Als seksualiteit tijdelijk (of blijvend) verandert, betekent dit niet dat er geen intimiteit meer mogelijk is. Misschien heb je tijdens je ziekteproces net meer nood aan nabijheid, vertrouwen, aanraking en verbinding. Seksualiteit en intimiteit zijn onderwerpen waar vaak te weinig over gesproken wordt. Bij vragen, zorgen of problemen rond intimiteit en/of seksualiteit kan je terecht bij een seksuoloog.
De seksuoloog kan jou onder meer informatie geven over de invloed van de behandeling op je seksualiteit, seksuele veranderingen, relationele spanningen, enz. Samen wordt er gezocht naar wat er lichamelijk mogelijk is en hoe je met de verschillende veranderingen kan omgaan. Zowel patiënten met een partner als alleenstaanden kunnen beroep doen op een seksuoloog.
Heb je nog vragen of wens je een afspraak? Mail naar oncoseksuoloog@vitaz.be.
10. vaccinaties
- Griep is een zeer besmettelijke ziekte, die elke winter opnieuw opduikt. Vooral bij mensen die een verminderde weerstand hebben door ziekte of behandeling, kan deze besmetting ernstige gevolgen hebben. Als je echter ingeënt bent tegen het griepvirus, is de kans dat je griep of een complicatie van griep krijgt veel kleiner. Indien je toch griep krijgt, verloopt de ziekte milder en is de kans op complicaties zoals longontsteking veel kleiner.
De beste periode om je te laten vaccineren, is tussen midden oktober en midden november. Maar zolang het griepvirus niet is doorgebroken, blijft inenting nuttig. Het griepvaccin beschermt je reeds na 2 weken en biedt bescherming gedurende de gehele winterperiode. Het moet dus jaarlijks herhaald worden.
- Ook een inenting tegen de pneumokokkenbacteriën wordt ten stelligste aangeraden. De pneumokok is een belangrijke verwekker van pneumonie (longontsteking), sepsis (bloedvergiftiging), meningitis (hersenvliesontsteking), sinusitis en luchtwegaandoeningen. Bij mensen met een verminderde weerstand kan dit een belangrijke oorzaak zijn van opname in het ziekenhuis en ernstige complicaties geven. De eerste inenting tegen pneumokokken bestaat uit de toediening van het vaccin Prevenar 13®, gevolgd 8 weken later door het vaccin Pneumovax 23®. Deze 2 opeenvolgende toedieningen bieden een maximaal mogelijke bescherming tegen pneumokokken. Na de eerste vaccinatie dient Pneumovax 23® om de 5 jaar te worden herhaald om van een blijvende bescherming te kunnen genieten.
- Het griepvaccin en het pneumokokkenvaccin kunnen samen gegeven worden. Deze beide vaccins kunnen tijdens chemotherapie veilig gegeven worden. De efficiëntie kan wat lager zijn dan bij gezonde personen, maar het blijft een nuttige preventie. De vaccins worden best gegeven op een moment wanneer de witte bloedcellen het minst onderdrukt zijn. In de praktijk betekent dit een 2 tot 3 dagen voor je volgende chemotherapiekuur. Voor de toediening van de beide vaccins kun je terecht bij je huisarts.
- Bij immuuntherapie is het soms af te raden om je te laten vaccineren. Bespreek dit met je arts.
Lees meer over vaccinaties voor de oncologische patiënt op deze pagina.
11. Omgaan met afvalstoffen van de therapie
De toxische stoffen van je behandeling worden uitgescheiden door de lichaamsvochten. Je lichaamseigen stoffen (urine, stoelgang, braaksel, zweet,...) kunnen daarom 4 tot 7 dagen na toediening toxische stoffen bevatten.
Enkele aandachtspunten:
- Voor de heren: plas altijd zittend op het toilet om spatten te voorkomen.
- Spoel het toilet altijd 2 maal door met gesloten deksel.
- Als je thuis over 2 toiletten beschikt, dan is het een goed idee om er eentje voor jou te reserveren, dit tot 1 week na de toediening van de antitumorale medicatie.
- Was je handen grondig na gebruik van het toilet.
- Wees voorzichtig met het opruimen van braaksel. Doe dat best met plastic handschoenen aan.
- Restanten van de therapie kunnen ook in sperma of in vaginaal vocht zitten. Daarom is het veiliger om met een condoom te vrijen de eerste 7 dagen na de toediening van de behandeling.
- Gebruik wegwerphandschoenen en wegwerpmateriaal bij incontinentie. Het bevuild materiaal kan je deponeren in een goed afsluitende dubbel plastic zak en bij het restafval voegen.
- Wasinstructies bij bevuild linnen:
- Gebruik steeds wegwerphandschoenen bij het aanraken van bevuild linnen.
- Spoel met een koud spoelprogramma. Was vervolgens afzonderlijk met een normaal wasprogramma.
- Wanneer bevuild linnen niet onmiddellijk kan gewassen worden, stop je het best in een goed afgesloten dubbele plastic zak.
Opmerking: je bent niet besmettelijk tijdens de behandeling! Het is zeker geen probleem om lichamelijk contact te hebben met je geliefden!
12. Omgaan met antitumorale medicatie via de mond (per os)
Onderstaande voorschriften zijn niet van toepassing voor hormonale therapie.
Het is heel belangrijk om de medicatie correct in te nemen volgens de voorschriften meegegeven door je arts, verpleegkundige of apotheker.
- Bewaar de tabletten in de verpakking tot juist voor de inname. Controleer het voorschrift of de medicatie al dan niet in de koelkast bewaard moet worden.
- Noteer duidelijk de richtlijnen hoe en wanneer je de medicatie moet nemen. Bv. al of niet tijdens de maaltijd, 1 uur voor of 2 uur na de maaltijd,... Respecteer deze richtlijnen stipt.
- Neem de tabletten of capsules in zonder ze aan te raken met de blote handen.
- Neem je medicatie steeds in zijn geheel. Niet pletten, breken of kauwen.
- Was je handen voor en na de inname van de medicatie.
- Bepaalde voedingsstoffen zoals pompelmoes(sap) en Sint-Janskruid kunnen de werking van medicatie beïnvloeden. Als dat bij jou het geval is, word je daarover geïnformeerd.
13. Ondersteuning door het oncologisch supportteam (ost)
We beseffen dat deze periode voor jou en je familie niet gemakkelijk is. We willen ons dan ook inzetten om je zo goed mogelijk te begeleiden. Praktische en organisatorische problemen kunnen doorgaans goed worden opgelost, maar ook bij vragen rond beleving en verwerking staan we je graag bij.
De arts is de centrale persoon die je als eerste zal inlichten over alle onderzoeken, die je diagnose zal meedelen en je zal blijven opvolgen doorheen het gehele traject van behandeling en nazorg. De arts wordt bijgestaan door een aantal zorgverleners die elk vanuit hun professionaliteit kunnen bijdragen aan jouw welbevinden en mee een antwoord zoeken op jouw vragen.
Ondersteuning door de verpleegkundig consulent oncologie/hematologie
De verpleegkundig consulent oncologie/hematologie bezorgt je informatie over de verschillende aspecten van een kankerbehandeling zoals plaatsing van poortkatheters, chemo- en radiotherapie en de bijwerkingen ervan en over de werking van het dagziekenhuis. Hij/zij is een aanspreekpunt voor al je vragen in verband met kanker en biedt een luisterend oor en emotionele steun.
Ondersteuning door de verpleegkundig consulent borstzorg
De verpleegkundig consulent borstzorg ondersteunt patiënten bij diagnose-stelling en/of na een borstoperatie, geeft praktische informatie en adviseert met betrekking tot mogelijke hulpmiddelen, borstprothesen, lingerie, preventie lymfoedeem en nevenwerkingen van de behandeling. Zij staat mee in voor de coördinatie van zorg gedurende je volledige ziekteproces en is een aanspreekpunt voor al je vragen met betrekking tot borstkanker. Zij biedt een luisterend oor en emotionele steun.
Verpleegkundig specialist oncologie/hematologie
De verpleegkundig specialist oncologie zorgt voor de kwaliteitsbewaking van verpleegkundige zorg vanuit een wetenschappelijk denkkader en vormt zo de brugfunctie tussen de theorie en de praktijk.
Ondersteuning door de psycholoog
Patiënten worden bij het horen van de diagnose van kanker soms overspoeld door heftige emoties. De reactie kan ook omgekeerd: men voelt eerst helemaal niets en heeft de indruk verdoofd te zijn. Weet dat er geen goede of slechte manieren om te reageren zijn; iedereen reageert op zijn eigen, unieke manier.
Vermits er soms heel wat informatie tegelijk op je afkomt, zowel over de onderzoeksresultaten als een mogelijke behandeling, adviseren we je dan ook om een vertrouwenspersoon mee te brengen bij elke bespreking. Met 2 (of meer) hoor je meer dan alleen.
Doorheen jouw traject kunnen zowel jij als je naasten terecht bij een psycholoog van het oncologisch supportteam. Dit kan een gelegenheid zijn om gedachten en gevoelens op een rijtje te zetten. De psycholoog kan ondersteunen en adviseren bij vragen rond bijvoorbeeld slaapproblemen, vermoeidheid, gewijzigde draagkracht, omgaan met angstige en depressieve gevoelens, de impact op de relatie (waarvoor ook koppelgesprekken), intimiteit en seksualiteit, het spreken met kinderen of kleinkinderen over ziekte,... Je kunt er ook terecht voor begeleiding bij het omgaan met stress en spanning die de ziekte met zich meebrengt.
Confrontatie met de diagnose kan tevens vragen rond zingeving en de manier waarop je je leven invult oproepen. Hij/zij helpt je de draad weer op te pakken tijdens of na je behandeling.
Je kan zowel tijdens een opname als ambulant een afspraak maken. Indien langdurige begeleiding aangewezen lijkt, zal de psycholoog je doorverwijzen naar een collega-psycholoog in je buurt.
Ondersteuning door de sociaal verpleegkundige
De sociaal verpleegkundige helpt je wegwijs te maken in het psychosociaal aanbod. Hij/zij kan (tijdelijke) thuishulp, vervoer of een herstelverlof voor je regelen; je helpen met administratieve en financiële opvolging (tegemoetkomingen, terugbetalingen,...). Zij biedt ook een luisterend oor en emotionele steun.
Ondersteuning door de diëtist
De diëtist begeleidt je bij de behandeling van voedingsproblemen en adviseert je bij al je vragen rond voeding.
Ondersteuning door de seksuoloog
De seksuoloog kan jou (en je partner) ondersteunen in het zoeken naar een nieuw evenwicht tijdens en na kanker. De seksuoloog heeft oog voor wat er lichamelijk mogelijk is maar kijkt ook mee hoe je met de verschillende veranderingen kan omgaan. De seksuoloog kan je onder meer informatie geven over de invloed van de behandeling op jouw seksualiteit, seksuele veranderingen, relationele spanningen, enz..
14. Informatiesessies en ontmoetingsmomenten
Naast individuele begeleiding bieden we rond diverse thema’s (bv. mindfulness, oncorevalidatie,...) ook een aantal informatiemomenten en groepssessies aan.
Lotgenotencontact is een individuele behoefte en kan van essentieel belang zijn in je ziekteproces. Vitaz, de stad Sint-Niklaas en Kom op tegen Kanker voorzien op regelmatige tijdstippen een ontmoetingsmoment waarbij er de mogelijkheid is om met lotgenoten in contact te komen. Deze bijeenkomsten worden meestal gecombineerd met een informatieve lezing of een ontspannende activiteit.
Vraag meer informatie en/of informatiefolders aan je verpleegkundige.
Medische oncologie
Neem contact op
Telefonisch bereikbaar
Elke werkdag: 9.00-12.30 en 13.30-17.00 uur